2 februari 2018

Moeite met inspanning bij hartfalen is vaak spierprobleem

Moeite met inspanning bij hartfalen is vaak spierprobleem

Mensen met chronisch hartfalen (CHF) hebben vaak meer moeite om zich in te spannen. Dr. Victor Niemeijer, momenteel sportarts in het Elkerliek ziekenhuis, onderzocht in Máxima Medisch Centrum bij deze patiënten of dit komt door hun hartaandoening of spierconditie. Het blijkt dat bij een groot deel van de patiënten de spierconditie het voornaamste probleem is en dat dit deels te verhelpen is met een trainingsprogramma. Niemeijer promoveerde op 11 januari op dit onderzoek onder begeleiding van promotor prof.dr.ir. P.F.F. Wijn (emeritus hoogleraar aan de TU eindhoven) en de copromotoren dr. H.M.C. Kemps (cardioloog in Máxima Medisch Centrum) en prof.dr. L.J.C. van Loon (Universiteit Maastricht).

De spieren van patiënten die kampen met CHF blijken er anders uit te zien dan die van gezonde mensen. Ze bestaan uit spiervezels die minder afhankelijk zijn van de aanvoer van zuurstof in het bloed, maar die veel eerder vermoeid raken. Dit lijkt een reactie van het lichaam te zijn op de slechtere bloedsomloop en zuurstofaanvoer door het hartfalen en zorgt ervoor dat het lichaam minder slecht tegen korte inspanningen kan. Wordt de inspanning echter iets langer of intensiever, dan zullen de spieren verzuren en kan de patiënt het niet meer volhouden.

Meten tijdens inspanning
Waar voorheen de capaciteit van de spieren alleen met ingewikkelde of belastende technieken te meten was, laat het onderzoek zien dat met een nieuwe methode dit eenvoudig te meten is tijdens inspanning zonder dat de patiënt daar last van heeft. De nieuwe techniek werkt met een klein kastje dat nabij infrarood licht de spier in stuurt en weer opvangt. Verdere verfijning van deze techniek zal ertoe leiden dat over niet al te lange tijd de bijdragen van bloedsomloop en spiercapaciteit tijdens een eenvoudige inspanningstest te bepalen zijn. De verwachting is dat op die manier beter in beeld kan worden gebracht waar patiënten met CHF het meest last van hebben bij inspanning, waarna vervolgens de behandeling op de ‘zwakste schakel’ gericht kan worden.

Intensieve intervaltraining

Het goede nieuws is dat het onderzoek van Niemeijer aantoont dat een programma met hoog intensieve intervaltraining (HIIT) zowel de bloedsomloop als de spiercapaciteit kan verbeteren. HIIT is een relatief korte training, waarbij korte momenten van zware inspanning worden afgewisseld met korte momenten van rust. Het onderzoek wijst verder uit dat met HIIT vooral de ‘zwakste schakel’ van patiënten met CHF zal verbeteren. Tot op heden volgt maar 3-4% van de patiënten met CHF een trainingsprogramma, maar deze resultaten geven eigenlijk aan dat veel meer patiënten van een dergelijk trainingsprogramma zouden moeten kunnen profiteren.

Dit onderzoek levert een mooie bijdrage aan een beter inzicht in de oorzaak van de moeite die patiënten met CHF met inspanning hebben en hoe een trainingsprogramma dit kan verbeteren. Uiteindelijk leiden dit soort verbeteringen tot minder persoonlijke en maatschappelijke ziektelast door chronisch hartfalen.