‘Haar beentjes stonden in kikkerstand’


Dani (0) heeft heupdysplasie. Deze ontwikkelingsstoornis van het heupgewricht komt veel voor bij jonge kinderen. Als haar ouders bij het consultatiebureau horen haar heupen een afwijking vertonen is dat geen verrassing. Met haar zusje Ise (3) hebben zij eerder hetzelfde meegemaakt.

“Na de geboorte van Ise wees de kraamverzorgster ons erop dat er iets met haar heupen leek te zijn. Je zag het aan de ‘kikkerstand’ van haar beentjes. Na onderzoek bij het consultatiebureau bleek er inderdaad iets mis te zijn. We zijn toen doorverwezen naar kinderorthopeed Van Douveren in Máxima Medisch Centrum. Na een echo werd de diagnose heupdysplasie gesteld. Een zwaar moment. Ise was een onrustige baby en ze was kort daarvoor al opgenomen in het ziekenhuis. Houdt het dan nooit op, dacht ik. Er werd geadviseerd om te stoppen met inbakeren en ik was bang dat dat het vele huilen weer zou versterken.”

“Om de heupkom te herstellen moest Ise drie maanden lang een spreidbroekje dragen. Mijn zus heeft vroeger een soortgelijke aandoening gehad, waarbij ze een metalen stellage moest dragen. Ik keek er daarom enorm tegenop. Het tuigje dat op de polikliniek aangemeten werd, viel gelukkig erg mee. De eerste drie dagen had Ise er wat last van, maar daarna ging het eigenlijk juist beter. Na twee en zes weken kwamen we op controle. Na twaalf weken werd er een nieuwe echo gemaakt en mocht het broekje eindelijk uit. De laatste controle volgt bij een leeftijd van vier jaar, dus Ise is er bijna vanaf.”

“We wisten er bij een volgend kindje ook kans zou zijn op heupdysplasie. Bij Dani is er daarom al snel een echo gemaakt. Dit keer was het makkelijker. We kenden de consequenties en waren voorbereid op wat er ging komen. Al was het vervelend, achteraf valt het mee. De ontwikkeling van Ise heeft gelukkig geen achterstand opgelopen. Vrij snel nadat het broekje uit mocht begon zij zich om te rollen. Over twee weken dan mag ook de bandage van Dani uit. Het is erg bijzonder om je kindje dan weer tegen je aan te houden. Alsof ze nog een stukje dichterbij me is.”