Alvleesklierkanker
In en rondom de kop van de alvleesklier kunnen tumoren ontstaan. Deze tumoren zijn niet afkomstig van het alvleesklierweefsel zelf. Ze kunnen bijvoorbeeld ontstaan in het weefsel van de papil van Vater, de twaalfvingerige darm of het onderste deel van de galweg.
De naam van de tumor hangt af van het weefsel waaruit hij is ontstaan. Zo onderscheiden we een tumor van de papil van Vater, een galwegtumor of een dunne darmtumor. Soms is met weefselonderzoek niet te bepalen welk weefsel de tumor heeft gevormd. In dat geval spreken we van een periampullaire tumor.
Patiëntenfolders
Meer weten over alvleesklierkanker
In en rondom de kop van de alvleesklier kunnen tumoren ontstaan die niet afkomstig zijn van het alvleesklierweefsel zelf. Ze kunnen bijvoorbeeld ontstaan in het weefsel van de papil van Vater, de twaalfvingerige darm of het onderste deel van de galweg.
De naam van de tumor hangt af van het weefsel waaruit hij is ontstaan. Zo spreken we van een tumor van de papil van Vater, een galwegtumor of een dunne darmtumor. Soms is met weefselonderzoek niet te bepalen uit welk weefsel de tumor is ontstaan. In dat geval spreken we van een periampullaire tumor.
Een tumor in de alvleesklier is vaak al langere tijd aanwezig voordat hij wordt ontdekt. Klachten ontstaan meestal pas als de tumor is doorgegroeid in een ander orgaan. De aard van de klachten hangt af van de plaats en de grootte van de tumor en van de organen die zijn aangetast. Veelvoorkomende klachten zijn een zeurende pijn boven of midden in de buik, een veranderd ontlastingspatroon, verminderde eetlust en gewichtsverlies.
Een tumor in of rond de kop van de alvleesklier wordt vaak vroeger ontdekt. De klachten, met name geelzucht, treden dan eerder op. Dat komt doordat de tumor de galweg kan afsluiten.
Als een tumor groter wordt, kan hij door de wand van de alvleesklier heen groeien. Doorgroei in aangrenzende organen en weefsels is dan mogelijk, met name in de twaalfvingerige darm, zenuwen, rug en buikholte. Rondom de alvleesklier bevindt zich een uitgebreid netwerk van lymfeklieren. Naarmate een tumor verder doorgroeit, kunnen er cellen losraken. Via de lymfe komen deze cellen in de lymfeklieren terecht en groeien ze daar uit tot nieuwe tumoren. Bij verspreiding via het bloed kunnen uitzaaiingen ontstaan in andere organen, zoals de lever en de longen.
Het stadium beschrijft hoe ver de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. Dit is belangrijk voor het bepalen van de behandeling. Het stadium wordt vastgesteld aan de hand van:
de grootte van de tumor
de mate van doorgroei in het omringende weefsel
de aanwezigheid van uitzaaiingen in lymfeklieren
Alvleesklierkanker wordt behandeld met een operatie, bestraling of chemotherapie. Vaak is een combinatie van deze behandelingen nodig.