Amputatie van een ledemaat
Bij een amputatie wordt een lichaamsdeel verwijderd. Dit kan een teen of vinger zijn, maar ook een voet, been of arm. Een amputatie kan levensreddend zijn, maar is voor u en uw omgeving ook een zeer ingrijpende gebeurtenis.
Patiëntenfolders
Meer weten over een amputatie van een ledemaat
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een arts een amputatie adviseert. Meestal is weefsel zo ernstig beschadigd of afgestorven dat het gevaarlijk is het lichaamsdeel te behouden. Vaatproblemen die niet meer met een bloedvatoperatie te verhelpen zijn, zijn een veelvoorkomende reden. Ook ondraaglijke pijnklachten door ernstige zenuw- of vaatschade kunnen een aanleiding zijn. De arts stelt een amputatie pas voor na zeer zorgvuldig afwegen.
De arts bespreekt met u tot waar het ledemaat geamputeerd wordt. Dit heet het amputatieniveau. De revalidatiearts is hierbij betrokken. De hoeveelheid weefselschade bepaalt het amputatieniveau. Soms is de beste plaats voor een prothese bepalend.
Tijdens de operatie verwijdert de arts het ledemaat. Daarna sluit de arts de wond. Bij een groot risico op infecties wacht de arts soms een paar dagen met het sluiten van de wond, zodat een infectie niet ingesloten raakt.
Na de operatie zijn er 3 onderdelen van de nazorg:
Stompverband
Na de operatie wordt de amputatiestomp verbonden met een stompverband. Dit verband wordt stevig aangebracht, zodat de stomp de juiste vorm krijgt voor een eventuele prothese.
Revalidatie
De periode na de operatie is gericht op herstel van de wond en revalidatie. De revalidatiearts bekijkt welke revalidatie- en prothesevoorziening in uw nieuwe situatie mogelijk is. U krijgt ook oefentherapie van de fysiotherapeut. Afhankelijk van de situatie kan de revalidatie na ontslag worden voortgezet in een verzorgings- of verpleegtehuis of een revalidatiecentrum. Als speciale thuishulp nodig is, zoals gezinszorg of wijkverpleging, regelt het ziekenhuis dit.
Fantoompijn
Na een amputatie kunt u fantoompijn krijgen. Het voelt dan alsof het geamputeerde lichaamsdeel er nog is: een vreemd en soms pijnlijk gevoel. Dit komt doordat de doorgesneden zenuwen prikkels blijven doorgeven aan de hersenen. Fantoompijn is te bestrijden met injecties of medicijnen.
Gaat u een prothese gebruiken? Dan heeft u misschien behoefte aan meer informatie of contact met anderen in dezelfde situatie. U kunt terecht bij de Stichting Landelijke Werkgroep van Beenprothesegebruikers in Almere, tel. 036 – 5376576.