Blaaskanker
Blaaskanker is een vorm van kanker waarbij kwaadaardige cellen in het slijmvlies of de wand van de blaas ontstaan. Bij blaaskanker is het belangrijk of de kanker wel of niet in de spierlaag van de blaas zit.
Blaaskanker komt het meest voor bij mannen en vrouwen ouder dan 50 jaar. Mensen die roken, werken of gewerkt hebben met chemische stoffen en vaak last hebben van urineweginfecties, hebben meer kans op blaaskanker. Er zijn bijna 4 keer zoveel mannen als vrouwen met blaaskanker.
Patiëntenfolders
Meer weten over blaaskanker
Blaaskanker komt voornamelijk voor bij mannen en vrouwen ouder dan 50 jaar. Roken kan een oorzaak zijn, net als een chronische urineweginfectie. Er zijn bijna 4 keer zoveel mannen als vrouwen met blaaskanker. Blaaskanker kan ook voorkomen bij mensen die werken of hebben gewerkt met giftige stoffen.
Symptomen van blaaskanker kunnen zijn:
Bloed in de urine
Pijn bij het plassen
Moeilijk of juist veel plassen
Vaak een blaasontsteking (chronisch)
Buikpijn
Het is mogelijk dat de ziekte pas wordt ontdekt als er al uitzaaiingen zijn. Die uitzaaiingen kunnen dan klachten geven, zoals rugklachten door uitzaaiingen in één of meer wervels.
Om deze ingesloten inhoud te tonen, dient u akkoord te gaan met functionele cookies. Accepteer de functionele cookies met onderstaande knop om verder te gaan.
De verschillende onderzoeken vinden plaats in Máxima MC (MMC) en worden met voorrang gepland. Zo komen we zo snel mogelijk tot een goede diagnose en een definitief behandelplan. De volgende onderzoeken zijn mogelijk:
Bloed wordt afgenomen om de nierfunctie en het bloedgehalte te beoordelen.
Cystoscopie en biopsie
Een cystoscoop (camera) brengt de binnenkant van de blaas in beeld en snijdt het letsel weg. Het weefsel wordt vervolgens onder de microscoop onderzocht. Zo wordt duidelijk of de ziekte oppervlakkig is of dat er spierinvasie is. Ook wordt het type blaaskanker bepaald.Gradering.
Als er blaaskankercellen in het biopsieweefsel worden gevonden, wordt ook de gradering vastgesteld: de mate van agressiviteit van de blaasslijmvliescellen. Dit noemen we de differentiatiegraad. Een goed gedifferentieerde tumor groeit minder snel dan een matig of slecht gedifferentieerde tumor.CT-scan van de buik en longen. De scan maakt foto's van de buik. Zo beoordelen we de organen. We stellen vast of het om een lokaal proces gaat of dat er ook klieren of uitzaaiingen op afstand zijn. In het laatste geval spreken we van gevorderde ziekte met uitzaaiingen.
PET-scan. Deze scan maakt zichtbaar of er eventuele uitzaaiingen zijn.
Niet-spierinvasieve blaaskanker
Bij niet-spierinvasieve blaaskanker zit de tumor oppervlakkig in de blaas. Ongeveer 70% van de patiënten met blaaskanker heeft deze vorm. De tumor wordt met een operatie via de plasbuis verwijderd. Daarna zijn soms nog blaasspoelingen nodig om de kans kleiner te maken dat de blaaskanker terugkomt.Spierinvasieve blaaskanker
Bij spierinvasieve blaaskanker is de tumor dieper doorgegroeid in de blaaswand en in de spieren. Dit geldt voor ongeveer 30% van de patiënten met blaaskanker. Dit type blaaskanker moet aanvullend behandeld worden. Het kan zijn dat de blaas verwijderd moet worden. Dit wordt soms gecombineerd met chemotherapie.Aanvullende behandelingen
Soms blijkt pas na de operatie dat de kanker toch is uitgezaaid. Dan moet u na de operatie verder behandeld worden. Dit kan met chemotherapie, immunotherapie of radiotherapie (bestraling) zijn.