Borstkanker
Borstkanker is een kwaadaardige tumor in uw borst. 1 op de 7 vrouwen in Nederland krijgt deze diagnose. Borstkanker komt vooral voor tussen de 50 en 70 jaar. Ook mannen kunnen borstkanker krijgen.
Borstkanker ontstaat meestal in de melkgangen of in de melkklieren. Er zijn ook tumoren die geen borstkanker zijn, maar dat wel kunnen worden. Dat noemen we een voorstadium. Een voorbeeld hiervan is Ductaal Carcinoom In Situ (DCIS).
Snel duidelijkheid over de diagnose borstkanker
Het is belangrijk om borstkanker vroeg te ontdekken. U heeft dan meer kans op een succesvolle behandeling. Merkt u een verandering aan uw borst? Of is er iets gezien bij het bevolkingsonderzoek? Dan kunnen we ons voorstellen dat u snel duidelijkheid wilt. Bij een vermoeden van borstkanker kunt u daarom binnen 1 werkdag terecht op onze mammapolikliniek. U heeft hiervoor een verwijzing van uw huisarts nodig.
Patiëntenfolders
Meer weten over borstkanker
Het is belangrijk dat u uw borsten goed kent. U ziet en voelt dan sneller een verandering. Merkt u iets dat anders is dan normaal? Neem dan contact op met uw huisarts.
Let op deze symptomen:
een ongewoon knobbeltje in de borst;
schilfering en roodheid van de tepel;
kuiltje in de borst;
sinds kort ingetrokken tepel;
strengetje naar de tepel;
bloederig tepelvocht;
warm aanvoelende borst met een rode verkleuring van de huid;
een slecht genezend plekje;
een blijvend, anders aanvoelende (pijnlijke) plek in de borst;
zwelling in de oksel.
Er zijn ook goedaardige borstafwijkingen.
De behandeling hangt af van de soort borstkanker, de grootte van de tumor, uw leeftijd en uw persoonlijke situatie. Samen met de arts en de verpleegkundig specialist bespreekt u welke behandelingen mogelijk zijn. Zij vertellen u ook welke behandeling voor u het meest geschikt is. Vaak bestaat de behandeling uit een combinatie van:
Operatie (borstsparend of borstamputatie)
Borstkanker kan op 2 manieren operatief behandeld worden: via een borstsparende behandeling of via een borstamputatie (bij voorkeur met een directe reconstructie van de borst). De chirurg of verpleegkundig specialist bespreekt met u of er in uw geval een lymfklier uit de oksel moet worden verwijderd. De lymfeklier (schildwachtklier) kan dan onderzocht worden op kwaadaardige cellen.Bestraling (radiotherapie)
Na een borstsparende operatie volgt bestraling van de geopereerde borst om kankercellen te doden. Soms is ook na een borstamputatie bestraling nodig, of is het nodig om de oksel te bestralen. Meer informatie leest u in de folder over bestraling (radiotherapie).
Chemotherapie
Chemotherapie verspreidt zich via de bloedbaan om tumorcellen in het lichaam aan te pakken. Deze behandeling kan aansluitend (adjuvant) of voorafgaand (neoadjuvant) aan de operatie worden gegeven. Lees meer in de folder over chemotherapie.
Hormoontherapie
Hormoontherapie wordt gegeven als de tumor hormoongevoelig is. Dat kan door het verwijderen van de eierstokken of door medicijnen die de aanmaak of werking van hormonen blokkeren (antihormonen). Het wordt meestal via een pil of injectie gegeven, soms als nabehandeling of juist voorafgaand aan een operatie.
Na de diagnose borstkanker moeten er in korte tijd beslissingen worden genomen. We bespreken met u de voor- en nadelen van de verschillende behandelingen en wat u belangrijk vindt in uw leven. We vinden het belangrijk dat u meebeslist over uw behandeling.
Na de behandeling volgen we u in het nazorgtraject. De controles zijn bedoeld om bijwerkingen te herkennen en eventuele terugkeer van kanker op te sporen. Tijdens de nacontrole kijken we samen of u goed herstelt, lichamelijk en emotioneel.
We begrijpen dat u graag wilt weten wat u kunt verwachten. Borstkanker is vaak goed te behandelen en de overlevingskansen zijn verder verbeterd. Ook als u niet meer beter kunt worden, zijn er meestal veel behandelingen waarmee u nog lange tijd een goede kwaliteit van leven houdt.
Wilt u hierover meer weten? Stel uw vragen aan uw arts. Uw arts kan vaak meer uitleg geven.
Door de behandeling met chemotherapie kunt u minder vruchtbaar of onvruchtbaar worden. Daarom vragen we altijd naar uw kinderwens. De invloed op de vruchtbaarheid verschilt per persoon. Dit hangt af van uw leeftijd, de soort medicijnen, de hoeveelheid medicijnen en uw vruchtbaarheid vóór de behandeling. De internist‑oncoloog bespreekt dit met u. Deze arts kan u doorsturen naar een gynaecoloog of vruchtbaarheidsarts. Zij bespreken met u welke mogelijkheden er zijn om na de behandeling toch nog kinderen te krijgen.
s in een ander ziekenhuis vastgesteld dat u borstkanker heeft en twijfelt u over een voorgestelde behandeling? U kunt dan een second opinion (tweede mening) aanvragen en u eventueel bij ons (verder) laten behandelen. Voor meer informatie belt u naar de secretaresse van Borstcentrum Máxima via (040) 888 61 50. U heeft hiervoor een verwijzing nodig van uw behandelend specialist of huisarts. Controleer ook zelf of uw zorgverzekeraar de second opinion vergoedt.