Lithium wordt voorgeschreven bij klachten van manisch-depressiviteit. Van depressiviteit is sprake als iemand gedurende langere tijd, minstens enkele weken, bedrukt, lusteloos en besluiteloos is, slecht eet, slecht slaapt, tegen de dag opziet en tot niets komt. Van een manie is sprake als iemand in een periode overdreven druk, gejaagd en opgewekt is en van alles tegelijkertijd wil ondernemen. Bij manisch-depressiviteit wisselen depressieve perioden af met manische perioden. Tussendoor zijn er normale perioden.
Lithium voorkomt aanvallen van depressie of manie, maar geneest de ziekte niet. Stopt u met het innemen van lithium? Dan komen de aanvallen terug. Lithium werkt pas goed als er een bepaalde hoeveelheid in uw bloed zit. Daarvoor komt u regelmatig naar het ziekenhuis voor een bloedcontrole. In het laboratorium wordt gekeken of de concentratie in uw bloed voldoende is. Gebruikt u minder dan de voorgeschreven hoeveelheid? Dan heeft het medicijn minder of helemaal geen effect. Gebruikt u te veel? Dan kunnen er vergiftigingsverschijnselen optreden. Houdt u zich daarom aan de voorschriften van de arts.
De eerste weken kunt u last krijgen van:
misselijkheid
lichte buikpijn
soms braken
droge mond
diarree
moeheid
verminderde concentratie
trillen van de handen
vaker moeten plassen
Deze klachten gaan meestal na een tijdje vanzelf over.