Duizeligheid
Duizeligheid komt op oudere leeftijd vaak voor. Bij mensen boven de 75 jaar is het zelfs de meest voorkomende reden om de huisarts te bezoeken. Duizeligheid kan bij ouderen verschillende klachten geven en is een belangrijke risicofactor voor vallen en daarmee botbreuken. Er zijn meerdere oorzaken en behandelingen voor duizeligheid bij ouderen.
Patiëntenfolders
Meer weten over duizeligheid
Draaiduizeligheid staat in de medische wereld bekend als benigne paroxysmale positieduizeligheid (BPPD). Het komt vooral voor bij mensen ouder dan 50 jaar.
Bij BPPD heeft u last van een draaisensatie die ontstaat na een specifieke hoofdbeweging. Bijvoorbeeld bij omdraaien in bed of omhoogkijken. Hoe sneller u het hoofd beweegt, hoe heviger de klachten. De klachten houden gewoonlijk niet langer dan 1 minuut aan. Tijdens de duizeligheid kunt u ook misselijk worden of braken.
BPPD wordt veroorzaakt door een stoornis van het evenwichtsorgaan in het binnenoor. In het evenwichtsorgaan bevinden zich kristallen. Bij BPPD raken deze kristallen los en zitten op een andere plek in de kanalen met de vorm van halve cirkels. Bij het bewegen van het hoofd bewegen de kristallen mee met de vloeistoffen in deze kanalen. Dit prikkelt het evenwichtsorgaan en veroorzaakt duizeligheid. De kristallen raken vaak spontaan los, zonder aanwijsbare oorzaak. Soms gaat het om een eerder hoofdtrauma, een (chronische) oorontsteking of een periode waarin iemand veel in bed ligt.
De diagnose wordt gesteld op basis van uw klachten en lichamelijk onderzoek. Waarschijnlijk probeert de specialist de duizeligheid op te wekken met een provocatietest. De diagnose is meestal snel duidelijk en aanvullend onderzoek is niet nodig.
BPPD is over het algemeen goed te behandelen. Verschillende specialisten kunnen een zogenaamde kiep-oefening uitvoeren, de Epley-manoeuvre. De duizeligheid vermindert of verdwijnt ook door de hoofdbewegingen die de klachten oproepen, een aantal keer te herhalen. Daarom krijgt u oefeningen mee voor thuis. Met deze oefeningen verdwijnen de klachten vaak in ongeveer 10 dagen. Bij een deel van de patiënten komen de klachten later terug. Soms wordt een fysiotherapeut ingeschakeld bij de behandeling.
Wordt u duizelig bij het opstaan? Dan kan er sprake zijn van een tijdelijke lage bloeddruk. Dit wordt ook wel orthostatische hypotensie genoemd.
Bij het opstaan zakt het bloed, onder invloed van de zwaartekracht, naar de benen. Hierdoor wordt het hart minder goed gevuld en daalt de bloeddruk. Het hart reageert hierop door sneller te kloppen. Ook vernauwen de bloedvaten zich. Hierdoor herstelt de bloeddruk zich snel en merkt u er meestal weinig van.
Bij orthostatische hypotensie werkt dit niet optimaal. De hartslag stijgt te weinig of de bloedvaten vernauwen zich niet genoeg. Het herstel van de bloeddruk duurt daardoor langer. De bloeddruk kan zo laag worden dat er onvoldoende bloed naar de hersenen gaat. Dit kan leiden tot duizeligheid en soms flauwvallen.
Herkent u één of meer van de volgende klachten bij het opstaan?
Duizeligheid, draaierig gevoel of een licht gevoel in het hoofd
Wazig zien of zwart voor de ogen
Slap, moe of wankel op de benen
Pijn in de schouders en nek
(Neiging tot) flauwvallen
Orthostatische hypotensie komt vaak voor op hogere leeftijd. Er zijn verschillende oorzaken:
Hoge bloeddruk
Verminderde inname van voeding en vocht
Gebruik van bepaalde medicijnen
Langdurige bedrust of weinig beweging
Aandoeningen aan het zenuwstelsel
Uw arts kijkt samen met u naar de mogelijke oorzaken en geeft adviezen. Daarbij worden ook uw medicijnen doorgenomen en indien nodig aangepast. Eventueel kan overwogen worden om uw benen te laten zwachtelen of steunkousen te laten aanmeten. Als u al steunkousen heeft, kunt u deze het beste 's ochtends aantrekken, direct bij het uit bed komen.
Er zijn algemene adviezen en leefregels die de klachten kunnen verminderen. U vindt deze leefregels in de folder over orthostatische hypotensie.