Fistel bij mat of mesh
Bij een buikwandbreuk of liesbreuk plaatst de arts soms een matje (mesh) om de buikwand of het lieskanaal extra stevig te maken. Soms komen er bacteriën op het matje terecht. Bij een herstel van een buikwandbreuk gebeurt dit bij ongeveer 1 tot 8 van de 100 patiënten. Bij een herstel van een liesbreuk is dat ongeveer 1 tot 2 van de 100 patiënten.
De bacteriën kunnen zich aan het matje hechten en daar blijven zitten. Dit noemen we een matinfectie of mesh-infectie. Een behandeling met alleen antibiotica is vaak niet genoeg om de infectie te genezen.
Patiëntenfolders
Meer weten over een matinfectie (mesh-infectie)?
Bij een buikwandbreuk of liesbreuk plaatst de arts soms een matje (mesh) om de buikwand of het lieskanaal te verstevigen. Soms komen er bacteriën op het matje terecht. Deze bacteriën kunnen zich aan het matje hechten en daar blijven zitten. Dit noemen we een matinfectie of mesh-infectie.
Een matinfectie ontstaat bij ongeveer 1 tot 8 van de 100 patiënten na een operatie voor een buikwandbreuk. Na een operatie voor een liesbreuk gebeurt dit bij ongeveer 1 tot 2 van de 100 patiënten.
Klachten ontstaan vaak niet direct na de operatie. Soms ontstaan ze pas jaren later. Als bacteriën zich aan het matje hechten, kan een langdurige infectie ontstaan. Dit noemen we een chronische infectie.
Door de ontsteking kan een gangetje ontstaan tussen het geïnfecteerde matje en de huid. Dit heet een fistel. Soms ontstaat er een verbinding met de darm. Dit noemen we een darmfistel.Antibiotica alleen helpen vaak niet genoeg. Daarom is een operatie om het matje volledig te verwijderen meestal de enige blijvende oplossing.