Geneesmiddelenallergie
Geneesmiddelen zijn bedoeld om een ziekte te genezen of de klachten te verminderen. Maar soms veroorzaken ze een allergische reactie. Een geneesmiddelenallergie is in eerste instantie moeilijk te herkennen: het is niet direct te zien of het om een allergie of een bijwerking van het medicijn gaat.
Dit verschil moet worden uitgezocht, vanwege de mogelijke gevolgen voor toekomstig gebruik van het geneesmiddel.
Patiëntenfolders
Meer weten over geneesmiddelenallergie
Ieder lichaam kan anders reageren op een geneesmiddelenallergie. We onderscheiden vier vormen allergische reacties, elk met eigen symptomen en oorzaken.
Vaak wordt eerst gekeken of er een veilig alternatief is voor het verdachte medicijn. Allergietesten zijn niet altijd mogelijk of zinvol. Welke testen zinvol zijn, bepaalt de arts op basis van uw verhaal. Mogelijke onderzoeken zijn:
Huidtesten
De huidpriktest: op de binnenzijde van uw onderarm brengt de verpleegkundige een druppeltje met allergenen (lichaamsvreemde stoffen) aan. Met een fijn naaldje prikt de verpleegkundige door het druppeltje heen in de huid. Ontstaat er een rood bultje? Dan laat de test een allergische reactie zien. De uitslag is na een kwartier bekend.
De intracutane huidtest: het geneesmiddel wordt verdund in de huid gespoten om te kijken of er een reactie ontstaat. Vaak worden achter elkaar steeds sterkere concentraties ingespoten.
De plakproef (epicutane huidtest): het medicijn wordt met een speciale pleister op de rug geplakt. Na 2 dagen wordt de pleister verwijderd en wordt gekeken of er een reactie is. Na 3, 4 en soms 7 dagen wordt er opnieuw gekeken.
De huidpriktest en intracutane test zijn vooral geschikt om een type I allergie te onderzoeken. De plakproef wordt gebruikt bij verdenking op een type IV allergie.
Bloedonderzoek
Bij bloedonderzoek wordt gekeken of er allergische afweerstoffen in het bloed zitten die reageren op het geneesmiddel. Dit onderzoek is alleen zinvol bij verdenking op een type I allergische reactie en is alleen voor een zeer beperkt aantal geneesmiddelen beschikbaar.Provocatietesten
In sommige gevallen hebben huidtesten en bloedtesten geen nut. Dan kan soms een provocatietest worden gedaan. Daarbij wordt stap voor stap een steeds grotere hoeveelheid van het medicijn gegeven om te kijken of er een reactie komt. Soms wordt niet het verdachte medicijn gebruikt, maar een ander medicijn uit dezelfde groep. Omdat een provocatietest klachten kan veroorzaken, vindt deze altijd plaats onder toezicht van een arts.
Vermijden van het medicijn
Als de arts een allergie of bijwerking heeft vastgesteld, is het advies in het algemeen om het middel in de toekomst niet te gebruiken. Soms moet u ook verwante medicijnen niet innemen. Uw arts bespreekt dit met u.Beschermend medicijn
Is het medicijn belangrijk voor u en zijn er geen goede alternatieven? Dan kan het medicijn soms toch worden gegeven. U kunt daarbij beschermende medicijnen meekrijgen die een allergische reactie onderdrukken.Desensibilisatie
Soms wordt geprobeerd u (tijdelijk) ongevoelig te maken voor het medicijn. Dit heet desensibilisatie. U krijgt daarbij oplopende doseringen van het medicijn tot u de dosis bereikt die u nodig heeft. Deze behandeling vindt altijd plaats onder toezicht van een arts.