De behandeling bestaat vooral uit extra controles. De arts meet de grootte van uw kind iedere 2 weken via echografie. Daarnaast bekijkt de arts de doorbloeding van de navelstreng met een doppleronderzoek. Als de doorbloeding vermindert door een niet goed werkende placenta, kan een groeiachterstand ontstaan. Met een hartfilmpje houdt de arts de conditie van uw baby in de gaten.
Soms wordt u opgenomen in het ziekenhuis. Dan wordt een aantal keer per dag een hartfilmpje gemaakt. U verblijft dan op de Obstetrische High Care (OHC), de intensive care voor zwangeren. Op deze afdeling is bewakingsapparatuur aanwezig. Zo kunnen we ook buiten de kamer de toestand van u en uw kind volgen en indien nodig direct ingrijpen.
Als blijkt dat het beter is als uw baby buiten de baarmoeder groeit, wordt de bevalling eerder op gang gebracht. Na de geboorte verblijft uw baby mogelijk op de Neonatale Intensive Care (NICU).