Bij 10 tot 20% van de patiënten is op de CT-scan een bloedpropje zichtbaar dat een groot bloedvat afsluit. Deze patiënten komen in aanmerking voor een mechanische verwijdering van het stolsel. Deze behandeling heet IAT (intra-arteriële trombectomie). Via de liesslagader gaat een katheter met een verwijderbare stent naar het afgesloten hersenbloedvat. Met vacuüm wordt het bloedpropje verwijderd. Omdat het door de beroerte soms lastig is om stil te liggen, kan de behandeling onder een roesje plaatsvinden. IAT kan tot 6 uur na het begin van de klachten worden uitgevoerd.
Als het stolsel is verwijderd, is er een goede kans op een verbeterde bloedtoevoer naar het hersenweefsel. Hoe eerder het bloedvat opengaat, hoe meer hersenweefsel gered kan worden.
Na de IAT-behandeling
Na de behandeling wordt u opgenomen op de stroke-unit.
Risico's
Eén van de belangrijkste risico's is dat een deel van het stolsel in de hersenen afbreekt en een ander bloedvat afsluit. Dat bloedvat wordt, indien mogelijk, ook behandeld. Verder is er een risico op beschadiging van de vaatwand en daardoor afsluiting van grote bloedvaten in de hals.
Een zeldzame complicatie is dat er bij het verwijderen van de bloedprop een kleine scheur in het bloedvat ontstaat, waardoor bloed buiten het vat komt. Hiervoor is soms een aanvullende behandeling nodig.
Angiografie
Een angiografie is een röntgenonderzoek waarbij de bloedvaten met behulp van contrastmiddel zichtbaar worden gemaakt.
Trombolyse
Bij een acuut herseninfarct is trombolyse vaak de eerste behandelmethode. De patiënt krijgt via een infuus in de arm een bloedverdunnend middel toegediend om het stolsel op te lossen. Deze behandeling moet binnen 4,5 uur na het ontstaan van de klachten starten. Daardoor is de kans op herstel van de klachten veel groter.