These texts are translated on demand using Google Translate Services and may contain errors. Automated translations are not perfect and should not be considered a substitute for human translators. Máxima MC is not responsible for any translation errors. If you have any health-related questions, please always consult your doctor.
Heupdysplasie is de meest voorkomende aandoening van de heup bij kinderen. Bij heupdysplasie is de heupkom minder goed ontwikkeld. Hierdoor past de heupkop niet goed in de heupkom. In Nederland komt heupdysplasie voor bij ongeveer 3 tot 4% van de kinderen.
Het heupgewricht bestaat uit een heupkop en een heupkom. De heupkop is rond en past daarmee goed in de heupkom. Hierdoor kan het heupgewricht soepel bewegen. Bij heupdysplasie is de heupkom minder goed ontwikkeld. De heupkom is dan minder rond en ondieper. Hierdoor wordt de heupkop minder goed door de heupkom overdekt.
Heupdysplasie (internationaal bekend als ‘DDH’: Developmental Dysplasia of the Hip) kan verschillende vormen hebben:
Stabiele heupdysplasie Dit is de meest voorkomende en minst ernstige vorm. De heupkop zit hierbij nog goed in de heupkom, maar de heupkom is minder rond en ondieper dan normaal.
Subluxatie Als de heupkom erg ondiep is, kan de heupkop gedeeltelijk uit de heupkom bewegen. Dit noemen we een subluxatie.
Luxatie Bij een luxatie zit de heupkop helemaal buiten de heupkom. Dit is de meest ernstige vorm van heupdysplasie. Een volledige heupluxatie komt voor bij ongeveer 0,1 tot 0,2% van de kinderen.
Er is niet één oorzaak voor heupdysplasie. Verschillende factoren kunnen de kans op heupdysplasie vergroten. De belangrijkste risicofactoren zijn:
Eerste of tweede graads familielid met heupdysplasie
Eerste of tweede graads familielid met heupartrose <50 jarige leeftijd
Stuitligging na 32e week zwangerschap of tijdens de bevalling
Meisjes hebben een 2.5 tot 3.8 keer zo hoge kans op heupdysplasie dan jongens
Het inbakeren van een baby waarbij de benen gestrekt en tegen elkaar gehouden worden
Ook als uw kind geen van deze risicofactoren heeft, kan heupdysplasie voorkomen.
Heupdysplasie doet meestal geen pijn bij kinderen. Toch is het belangrijk om heupdysplasie op jonge leeftijd te herkennen en te behandelen. Zonder behandeling kan heupdysplasie op latere leeftijd leiden tot:
Pijn in de heup
Minder goed kunnen bewegen van de heup
Problemen met lopen
Vroegtijdige slijtage van het heupgewricht (artrose van de heup)
Van alle heupprotheses die wereldwijd geplaatst worden onder de leeftijd van 60 jaar, wordt 29% geplaatst vanwege heupdysplasie. Door heupdysplasie op jonge leeftijd goed te volgen en zo nodig te behandelen, proberen we deze problemen op latere leeftijd te voorkomen.
Consultatiebureau
In Nederland worden baby’s op het consultatiebureau gecontroleerd op heupdysplasie. De jeugdarts let daarbij op:
Risicofactoren, zoals stuitligging of heupdysplasie in de familie
De manier waarop de heupen bewegen (heupabductie)
De stand van de benen (kniehoogteverschil)
Als een van deze onderzoeken (of meerderen) afwijken, zal de jeugdarts een echo van de heupen laten maken.
Heupecho
Meteen echovan de heupen kunnen we de heupen van een baby jonger dan 1 jaar goed onderzoeken. Op de echo zien we hoe de heupkom is gevormd en of de heupkop goed in de heupkom past. In de regio Eindhoven en Veldhoven wordt deze echo meestal gemaakt bij Diagnostiek voor U.Is de uitslag van de echo normaal? Dan hoeft uw baby niet naar het ziekenhuis. Zien we op de echo een afwijking die past bij heupdysplasie? Dan verwijst de arts uw baby naar de polikliniek kinderorthopedie van Máxima MC voor verder onderzoek en advies.
Bij voorkeur wordt de heupecho rond de leeftijd van 3 tot 4 maanden gemaakt. Alleen bij het vermoeden van de jeugdarts op een heupluxatie (heup die volledig uit de kom is) wordt de heupecho eerder dan 3 maanden gemaakt. De reden om pas op de leeftijd van 3 tot 4 maanden de heupecho te maken, is omdat het heupgewricht voor die leeftijd spontaan kan herstellen tot een normale heup, waardoor eerdere controle niet nodig is.
Kortom, kinderen worden meestal rond de leeftijd van 3 tot 4 maanden voor het eerst op de polikliniek kinderorthopedie van Máxima MC gezien. Bij deze eerste afspraak op de poli is geen nieuwe echo nodig, omdat wij de heupecho van Diagnostiek voor U doorgestuurd krijgen naar ons. Op onze polikliniek wordt de beoordeling gedaan door de kinderorthopedisch chirurg samen met de verpleegkundige kinderorthopedie of verpleegkundig specialist. De eerste afspraak op de polikliniek duurt ongeveer 30 minuten.
Niet iedere vorm van heupdysplasie heeft behandeling nodig. Of er behandeling nodig is, hangt onder andere af van:
De leeftijd van uw kind
Hoe diep de heupkom is op de echo
Of de heupkop goed in de heupkom zit op de echo
De kinderorthopedisch chirurg bespreekt met u op het eerste poliklinische bezoek welk type behandeling voor uw kind het meest geschikt is. Er zijn namelijk verschillende manieren om heupdysplasie te behandelen, welke hieronder allemaal staan uitgelegd:
Actieve monitoring (actieve controle)
Bij de meest voorkomende en meest milde vorm van heupdysplasie (stabiele heupdysplasie) is een behandeling met een spreidbroekje vaak niet nodig. Uit onderzoek van Máxima MC blijkt dat ongeveer 93% van de baby’s met stabiele heupdysplasie zich spontaan herstellen, dus zonder behandeling met een spreidbroekje.
Daarom kiezen we bij deze kinderen eerst voor actieve monitoring. Dit houdt in dat we de ontwikkeling van de heup nauwkeurig controleren door op 6 weken na de diagnose van heupdysplasie op de polikliniek kinderorthopedie, een nieuwe heupecho te maken. Als de heup zich in die 6 weken voldoende ontwikkeld heeft, is geen behandeling meer nodig. Als de heup na 6 weken nog steeds onvoldoende ontwikkeld is en blijvende heupdysplasie laat zien, dan wordt alsnog behandeling met een spreidbroekje gestart.
Pavlik bandage (spreidbroekje)
Een Pavlik bandage wordt ook wel een spreidbroekje genoemd. Het spreidbroekje is een flexibel tuigje waarmee de beentjes van uw kind in spreidstand worden gebracht. Door deze houding wordt de heupkop goed in de heupkom geplaatst. Hierdoor krijgt de heupkom de mogelijkheid om zich verder te ontwikkelen. Een belangrijk voordeel van een Pavlik-bandage is dat uw kind de benen nog kan bewegen.
CAMP spreider
Bij kinderen ouder dan 6 tot 7 maanden is een spreidbroekje vaak niet meer geschikt. Als het toch nodig is om de heupen in een spreidstand te houden, kan een CAMP-spreider worden gebruikt. Een CAMP-spreider houdt de heupen in de juiste stand. De heupen kunnen hierdoor minder bewegen dan met een spreidbroekje. Daardoor kan uw kind zich tijdelijk wat minder makkelijk bewegen.
Gipsbroek
Bij een heupluxatie staat de heupkop volledig buiten de heupkom. We proberen eerst om de heup met een spreidbroekje weer terug in de heupkom te krijgen. Dit wordt voor een periode van ongeveer 2 weken geprobeerd. Na 2 weken maken we een nieuwe heupecho, als de heup dan niet in de kom zit, is behandeling op de operatiekamer nodig om de heup weer terug in de heupkom te plaatsen. Dit wordt in eerste instantie gedaan zonder een operatie te doen en noemen we een ‘gesloten chirurgische repositie’.
Na deze behandeling krijgt uw kind een gipsbroek. De gipsbroek zorgt ervoor dat de heupkop op zijn plaats blijft terwijl de heup verder geneest. Een gipsbroek wordt ongeveer 3 maanden gedragen. Soms moet de gipsbroek tussentijds worden vervangen omdat uw kind snel groeit. Een gipsbroek is gemaakt van lichtgewicht kunststof en loopt vanaf de taille tot aan de enkels.
Meer informatie over de gipsbroek is te vinden in onze folder.
Voorbeeld van een kind in een gipsbroek
Gesloten chirurgische repositie
Als de heup bij een luxatie met een spreidbroekje na 2 weken nog niet goed in de heupkom zit, is het nodig om op de operatiekamer de heup terug in de kom te plaatsen. Dit gebeurt in eerste instantie zonder een operatie en noemen we daarom een gesloten repositie.
Soms staan de spieren en pezen aan de binnenkant van het bovenbeen zo strak dat de heupkop niet goed terug in de heupkom kan. De kinderorthopedisch chirurg kan dan een kleine operatie doen om deze pezen losser te maken. Dit heet een adductor tenotomie. Hierdoor krijgt de heupkop meer ruimte om terug in de heupkom te worden geplaatst. Na een gesloten repositie krijgt uw kind gedurende 3 maanden een gipsbroek om de heup in de juiste positie te houden.
Open chirurgische repositie
Soms lukt het niet om de heup met een gesloten repositie terug in de heupkom te plaatsen. Dan is een operatie nodig. Dit noemen we een open repositie. Tijdens deze operatie wordt de heupkop via een kleine litteken in de lies terug in de heupkom geplaatst. Na de operatie krijgt uw kind 3 maanden een gipsbroek.
Bekkenosteotomie
Als uw kind ouder is dan 1 jaar en de heupkom niet diep genoeg is, kan een operatie soms nodig zijn. Tijdens deze operatie maakt de orthopedisch chirurg de heupkom dieper, zodat de heupkop beter in de heupkom past. Er zijn verschillende operaties mogelijk.
Een Pemberton-osteotomie wordt meestal uitgevoerd bij kinderen van 2 tot 8 jaar. Deze operatie is geschikt als de groeischijven rond het heupgewricht nog open zijn.
Een Ganz-osteotomie wordt ook wel een periacetabulaire osteotomie genoemd. Deze operatie wordt uitgevoerd als de groeischijf van de heupkom gesloten is. Dit is vaak rond de leeftijd van 13 tot 14 jaar. Met deze operatie herstelt de orthopedisch chirurg de vorm van de heupkom.
Behandeling met een spreidbroekje is nodig als:
Een stabiele dysplastische heup na 6 weken actieve monitoring onvoldoende herstelt
De heupkop gedeeltelijk uit de heupkom staat (subluxatie)
De heupkop volledig uit de heupkom staat (luxatie)
Hoe lang draagt mijn kind het spreidbroekje?
Een Pavlik bandage wordt meestal 23 uur per dag gedurende 6 weken gedragen. Na 6 weken wordt opnieuw een heupecho gemaakt. Het is niet zinvol deze echo eerder te maken, omdat het heupgewricht tijd nodig heeft om te verbeteren van vorm. Indien de heup op de echo na 6 weken normaal geworden is, stopt de behandeling met een Pavlik bandage. Indien de heup nog steeds dysplastisch (ondiep van vorm) is, wordt de behandeling nog 6 weken verlengd totdat de heup normaal geworden is op echo onderzoek.
Hoe doe ik het spreidbroekje aan?
Op de polikliniek legt de verpleegkundig specialist of gespecialiseerd kinderverpleegkundige uit hoe u het spreidbroekje moet aandoen. U kunt thuis ook deze instructievideo bekijken over het aandoen van een spreidbroekje.
Tips bij een spreidbroekje:
Uw baby moet meestal even wennen aan het spreidbroekje. De eerste 3-4 dagen kan uw daardoor wat onrustiger zijn of meer huilen. Dit betekent niet dat het spreidbroekje pijn doet.
Denkt u dat uw baby pijn heeft, neem dan contact op met de polikliniek kinderorthopedie.
Heel soms zien we dat een kind een beentje niet meer beweegt als het spreidbroekje aan is. Als uw kind het been niet meer beweegt, neem dan contact op met de polikliniek kinderorthopedie.
Het spreidbroekje moet 23 uur per dag worden gedragen, maar mag bij baden of aankleden worden afgedaan (tenzij de kinderorthopeed andere instructies heeft gegeven).
Ongeacht hoe ernstig de heupdysplasie is en welke behandeling uw kind heeft gehad, is het belangrijk om de ontwikkeling van de heup te blijven controleren. Daarom maken we in de eerste levensjaren röntgenfoto’s van de heupen. Dit gebeurt op de leeftijd van 1, 3 en 5 jaar.
Ontwikkelt de heup zich goed? Dan zijn er daarna meestal geen verdere controles nodig. Zijn er nog afwijkingen? Dan kunnen op latere leeftijd extra controles nodig zijn. De kinderorthopedisch chirurg bespreekt dit met u.
De diagnose en behandeling van heupdysplasie kunnen veel vragen oproepen. Vooral als uw kind een spreidbroekje of een andere behandeling nodig heeft. Het kan dan prettig zijn om praktische informatie van andere ouders te lezen. Bekijk hiervoor de links onderaan deze pagina.
Naast de adviezen van de kinderorthopedisch chirurg en de verpleegkundige is het goed om uw kind zo veel mogelijk in een ergonomische draagzak te dragen. Het is daarbij belangrijk dat de beentjes van uw kind in een spreidstand zitten. Deze houding ondersteunt de ontwikkeling van de heupkom. De heupkop wordt dan op een natuurlijke manier goed in de heupkom geplaatst en geeft hier lichte druk op.
Het kinderorthopedische team
Bij de diagnose en behandeling van heupdysplasie werkt een gespecialiseerd team samen in het Máxima MC. Dit team bestaat uit:
kinderorthopedisch chirurgen
verpleegkundig specialist
gespecialiseerde verpleegkundige kinderorthopedie
gipsverbandmeesters
kinderfysiotherapeuten
arts-assistenten die zich specialiseren tot (kinder)orthopedisch chirurg
De behandeling van heupdysplasie is een erkende topklinische functie van Máxima MC. Dit is vastgelegd in het STZ topklinisch zorgregister: een register om patiënten en verwijzers inzicht te geven in de landelijke topfuncties van ziekenhuizen voor bovengemiddeld complexe zorg. Met de erkenning wordt bevestigd dat er sprake is van excellente patiëntenzorg, voldoende opleidingsmogelijkheden en regelmatig onderzoek door de betrokken specialisten.