Klaplong (pneumothorax)
Een klaplong is de toestand waarbij er in de borstholte buiten de long ook vrije lucht aanwezig is. Deze lucht drukt op de inwendige organen, dus ook op de long. Hierdoor neemt het volume van de long af. In extreme gevallen krimpt de long tot een klomp ter grootte van een vuist, die in het midden van de borstholte aan de luchtwegen vastzit.
Patiëntenfolders
Meer weten over klaplong
Bij een spontane klaplong begint het vaak plotseling met een scherpe, snijdende pijn. Die pijn voelt u vooral tijdens de ademhaling. Na enige tijd kunnen ook kortademigheid en benauwdheid optreden. Pijn komt voor bij 80-90% van de patiënten. Benauwdheid hangt af van de grootte van de klaplong en komt voor bij ongeveer 80% van de patiënten.
Vaak ontstaat er een gevoel van niet helemaal te kunnen in- of doorademen. In sommige gevallen loopt u blauw aan door een tekort aan zuurstof. Een niet-productieve hoest is niet zeldzaam. Bloed ophoesten komt weinig voor. Omdat de klachten na verloop van tijd kunnen verminderen, kan het gebeuren dat u een tijd rondloopt met een klaplong zonder dit te beseffen. Bij opname hebben patiënten dan ook vaak geen last meer van pijn. In zeldzame gevallen merkt u helemaal niets en wordt de klaplong pas ontdekt op een röntgenfoto.
Normaal is de pleuraholte — de ruimte tussen de beide longbladen — één gesloten, luchtledig (vacuüm) geheel. De long hangt als het ware in dit vacuüm en wordt daardoor altijd tegen de borstkaswand gezogen. Er is altijd contact tussen het binnenste longvlies en het buitenste borstvlies.
Lucht kan alleen in de pleuraholte komen als er ergens een opening is. Die opening kan van buiten of van binnen ontstaan. Bij een opening van buitenaf, door doorboring van de wand van de borstkas, komt er een opening in het buitenste longvlies. Lucht stroomt dan van buiten de borstkas naar binnen. Bij een opening van binnenuit komt er een opening in het binnenste longvlies, dat strak om de long gespannen zit. Lucht ontsnapt dan vanuit de luchtwegen naar de pleuraholte. In beide gevallen is het resultaat hetzelfde: de pleuraholte vult zich met lucht en de long valt samen. Soms is er naast lucht ook vocht en/of bloed aanwezig in de pleuraholte.
Niet-spontane klaplong
Een niet-spontane klaplong heeft een uitwendige oorzaak. Bij een ongeval kan zowel het longvlies als het borstvlies (of beide) doorboord zijn. Een klaplong kan ook ontstaan door een medische ingreep, zoals het aanprikken van het borstvlies op zoek naar vocht, het inbrengen van een halsinfuus of een pacemaker. Ook kan een klaplong optreden als een patiënt beademd wordt.Spontane klaplong
De spontane klaplong is er in een primaire en secundaire variant. De primaire klaplong heeft geen duidelijke reden. De oorzaken zijn nog niet helemaal bekend. Meestal is er sprake van een onderliggende ziekte of afwijking aan de weefsels. Theoretisch kunnen alle (long)ziektes aanleiding geven tot een klaplong. Bij longziektes kunnen het longweefsel en/of het longvlies hun stevigheid verliezen. Dan kan er lucht in de pleuraholte komen doordat het longvlies scheurt, of doordat lucht via het longweefsel ontsnapt. De voornaamste oorzaak is roken. Door roken worden de longblaasjes minder flexibel en elastisch, waardoor ze gemakkelijker scheuren of barsten.
Een kleine spontane klaplong heeft geen behandeling nodig, mits het lek gedicht is en u er geen last van heeft. Soms wordt er eenmalig via een naald of katheter lucht weggezogen; daarna wordt de naald meteen verwijderd. Bij een grote klaplong wordt u opgenomen. Via een thoraxdrain wordt de lucht weggezogen om de long weer te ontplooien.
Bij herhaaldelijk optreden kan de long worden 'geplakt'. Tussen de longvliezen aan de buitenkant van de long en de binnenkant van de borstholte wordt een chemisch prikkelende stof gebracht (jodiumtalkpoeder). Dat veroorzaakt een steriele ontstekingsreactie. Bij de genezing hiervan groeit de long vast aan de borstwand en kan normaal gezien niet meer inklappen. Soms wordt gekozen voor een operatie: de overtollige luchtbellen worden weggesneden en de wond wordt dichtgeniet.
In zeldzame gevallen wordt een decorticatie verricht. Dit is een operatie waarbij het borstvlies van de thoraxwand (wand van de borstholte) wordt afgestript. Langs de gehele binnenkant van de thorax (borstholte) ontstaat dan een wond, waarna het longvlies vastgroeit aan de binnenzijde van de thorax.
Na de behandeling is het advies enkele weken rustig aan te doen tot de eerstvolgende controle bij de longarts. Zwaar tillen en persen wordt afgeraden. Bij de controle wordt een foto gemaakt. Als alles in orde is, mag u hierna weer werken en sporten zoals voorheen.