Geneest het kloofje niet binnen 6 weken, dan is behandeling noodzakelijk. De arts bespreekt met u hoe de ontlasting weer zachter wordt, bijvoorbeeld door het eten van voldoende vezels en het drinken van veel water. Soms schrijft de arts daarvoor medicijnen voor. Helpt dit niet voldoende, dan adviseert de arts een bloedvatverwijdende zalf, botox en/of een operatie (LIS).
Zalf
Als eerste behandeling schrijft de arts een zalf voor. U brengt deze 3 maanden lang regelmatig op het kloofje aan. De zalf zorgt ervoor dat het scheurtje sneller geneest.
Botox
Verdwijnen de klachten niet met zalf, dan kiest de arts voor een behandeling met botox. Tijdens een operatie spuit de arts botox in de sluitspier. Hierdoor ontspant de sluitspier zich voor de duur van 2 maanden. De druk in de anus vermindert en het scheurtje kan genezen. Daarvoor is in totaal 2 tot 3 maanden nodig. De dagbehandeling vindt plaats onder plaatselijke verdoving of algehele narcose.
Operatie (LIS)
De meest vergaande behandeling is een operatie. Het doel is ook hier de spanning in de sluitspier te verminderen. Via een klein operatiewondje naast de anus knipt de chirurg het binnenste deel van de sluitspier aan de zijkant in. Dit heet een laterale interne sfincterotomie (LIS). De operatie vindt plaats onder plaatselijke verdoving of algehele narcose.