Longfibrose
Longfibrose is een longaandoening waarbij het longweefsel verlittekend is en daardoor minder goed zuurstof kan opnemen. Normaal kan de long voldoende zuurstof opnemen voor de dagelijkse behoefte.
Patiëntenfolders
Meer weten over longfibrose
De klachten bij longfibrose zijn kortademigheid, snel moe zijn en weinig energie hebben.
Longfibrose kan worden veroorzaakt door het inademen van schadelijke stoffen of door het gebruik van bepaalde medicijnen. Ook na bestraling (radiotherapie) kan longfibrose ontstaan. Er zijn bekende vormen van longfibrose beschreven. In veel gevallen blijft de oorzaak onduidelijk. Longfibrose komt zowel bij vrouwen als bij mannen voor. In Nederland komen er jaarlijks naar schatting 1000 tot 1500 nieuwe patiënten met longfibrose bij.
Als u bij de longarts komt met kortademigheidsklachten, laat de longarts een aantal onderzoeken doen. Er worden altijd de volgende onderzoeken uitgevoerd:
een longfoto;
longfunctieonderzoeken (blaastesten);
meestal ook een bronchoscopie en een CT-scan.
Als het nodig is, wordt via een kleine operatie een stukje longweefsel weggenomen. Zo kan de diagnose worden gesteld. Al deze onderzoeken zijn bedoeld om inzicht te krijgen in de mogelijke oorzaak van de kortademigheid.
Longfibrose is meestal een levenslange aandoening met een chronisch verloop. Als de aandoening progressief verloopt, dat wil zeggen dat de long steeds minder goed zuurstof kan opnemen, kan dit ook schadelijk zijn voor andere delen van het lichaam. Zo kunnen er hartproblemen ontstaan. Bij onvoldoende zuurstoftoevoer naar de hersenen kunnen concentratiestoornissen en een kleine mate van geheugenverlies optreden. Uiteindelijk kan de aandoening leiden tot een vermindering van de gemiddelde levensverwachting.
Er zijn 4 behandelmogelijkheden bij longfibrose.
Medicijnen
Medicijnen hebben als doel de zuurstofopnamecapaciteit van de long te verbeteren. Het resultaat van de beschikbare medicijnen is in veel gevallen echter teleurstellend. De behandeling slaat helaas vaak niet aan. Volledig herstel treedt bijna nooit op. Een positief resultaat kan al zijn dat er geen verslechtering optreedt. Dit is het geval bij ongeveer 50% van de patiënten.Zuurstoftoediening
Zuurstoftoediening kan een positief effect hebben op het functioneren. De wijze van toediening — met tankjes en slangen — kan het sociale leven echter belemmeren.Training
Training van spierkracht en conditie onder begeleiding van een fysiotherapeut kan een gunstige invloed hebben op de kwaliteit van leven. In sommige gevallen gebeurt dit met zuurstoftoediening.Longtransplantatie
Als medicatie onvoldoende resultaat heeft en de toestand verder achteruitgaat, kan een longtransplantatie worden overwogen. Longfibrose vraagt deskundige begeleiding, met aandacht voor de medische aspecten én voor de invloed van de ziekte op de kwaliteit van leven. De aandoening kan de normale werkzaamheden immers ernstig bemoeilijken of onmogelijk maken.