Lui oog
Een lui oog ontstaat als een oog zich in de vroege kinderjaren niet normaal ontwikkelt. Wanneer het zien van één oog zich goed ontwikkelt en van het andere niet, wordt het oog met de slechtere gezichtsscherpte het luie oog genoemd. De ontwikkeling van het zien loopt tot een kind ongeveer 9 jaar oud is. De afwijking komt vrij vaak voor.
Het is niet altijd te merken dat iemand een lui oog heeft. Het goede oog vangt het slechtere gezichtsvermogen namelijk op. Meestal is slechts één van de twee ogen lui. Heel zelden komt de aandoening aan beide ogen voor.
Patiëntenfolders
Meer weten over een lui oog
Bekende verschijnselen zijn:
Verminderd zicht, meestal aan één oog
Soms moeite met diepte zien
Soms loensen of scheel kijken
Er zijn drie hoofdoorzaken:
Scheelzien
Het beeld van het schele oog wordt in de hersenen uitgeschakeld om dubbelzien te voorkomen. Door het niet gebruiken van dat oog kan het zien zich niet goed ontwikkelen en wordt het lui.Brilafwijking
Bij een brilafwijking ziet het kind niet scherp. Dit onscherpe beeld wordt in de hersenen verdrongen. Meestal is er van buiten niets aan het oog te zien, waardoor deze vorm van een lui oog moeilijker te herkennen is.Vertroebeling
Bij vertroebeling in delen van het oog die normaal helder zijn, kan een lui oog ontstaan. Dit is bijvoorbeeld het geval bij staar.
Tijdens een orthoptisch onderzoek worden de stand en bewegingen van het oog, de samenwerking tussen beide ogen, de gezichtsscherpte en de brilsterkte getest.
Hoe eerder een lui oog bij een kind wordt behandeld, hoe groter de kans is op twee ogen die goed samenwerken en scherp zien. Er zijn twee behandelmogelijkheden:
Afplakken van het goede oog
Er wordt een pleister op het goede oog geplakt. Het luie oog wordt dan gedwongen om zelf te kijken, waardoor het beter leert zien. Hoe lang het oog per dag afgeplakt moet worden, verschilt van enkele uren tot de hele dag. Als afplakken niet lukt, kan een alternatief zijn om oogdruppels te gebruiken. Dit werkt alleen als het luie oog minimaal 50% ziet.Dragen van een bril
Bij een duidelijke sterkteafwijking adviseert de orthoptist een bril. Om te voorkomen dat het oog opnieuw lui wordt, moet de bril enkele jaren gedragen worden. Bij scheelzien kan een oogspieroperatie nodig zijn om de ogen recht te zetten.
Onze orthoptisten helpen bij problemen met het samenwerken van de ogen en de ontwikkeling van het zien. Als de ogen goed samenwerken, staan ze meestal recht. Daardoor kan elk oog zich zo goed mogelijk ontwikkelen en kunt u scherp zien.
Orthoptie richt zich op goed en recht zien. De orthoptisten onderzoeken en behandelen onder andere:
scheelzien
een lui oog
dubbelzien
problemen met oogbewegingen
nystagmus (onvrijwillige bewegingen van de ogen)
bepaalde vormen van hoofdpijn
leesklachten
Heeft u of uw kind klachten die te maken hebben met het zien of de stand van de ogen? Dan onderzoeken onze orthoptisten wat er aan de hand is en bespreken zij de mogelijke behandeling.

