Slokdarmkanker
De slokdarm is een gespierde buis die van de keelholte tot aan de maag loopt. De spieren in de slokdarmwand vervoeren voedsel naar de maag. De slokdarm bestaat uit spieren, een laagje bindweefsel en slijmvlies. In het bindweefsel bevinden zich kliertjes die slijm produceren dat als glijmiddel dient.
Voedsel glijdt hierdoor makkelijker door de slokdarm heen. Op de overgang van slokdarm naar maag zit een sluitspiertje. Het gaat open als er voedsel vanuit de slokdarm naar de maag gaat. Daarna gaat het weer dicht, zodat voedsel en maagsap niet terugstromen in de slokdarm. Bij slokdarmkanker is er een kwaadaardige tumor ontstaan in de slokdarmwand en/of het slijmvlies. Er zijn verschillende soorten slokdarmkanker.
Patiëntenfolders
Meer weten over slokdarmkanker
Bij slokdarmkanker is er een kwaadaardige tumor ontstaan in de slokdarmwand en/of het slijmvlies. De meest voorkomende soorten zijn:
Het plaveiselcarcinoom: Deze tumor ontstaat in plaveiselcellen — platte cellen die de bovenste laag van het slijmvlies vormen. Een plaveiselcelcarcinoom ontstaat meestal boven of midden in de slokdarm.
Het adenocarcinoom: Deze tumor ontstaat in klierweefsel. Een adenocarcinoom ontstaat vrijwel altijd onder in de slokdarm, in een 'Barrett-slokdarm'. Dit is een slokdarm waarvan het weefsel blijvend veranderd is. Minder dan 5% van de mensen met een Barrett-slokdarm krijgt op den duur slokdarmkanker.
De precieze oorzaak is niet bekend. Net als bij andere vormen van kanker spelen verschillende factoren een rol, die verschillen van persoon tot persoon en per type slokdarmkanker. Alcohol en overgewicht spelen een belangrijke rol. Andere risicofactoren zijn roken, lange periodes van brandend maagzuur en een hogere leeftijd.
Slokdarmkanker geeft in het begin meestal geen klachten. Pas als de tumor flink is doorgegroeid, ontstaan er klachten. De meest voorkomende klachten zijn:
het gevoel dat voedsel niet goed zakt of blijft steken in de slokdarm
een verminderde eetlust
gewichtsverlies
pijnlijk en/of vol gevoel in de buurt van het borstbeen
langdurige hikklachten
Als eerste wordt er een gastroscopie uitgevoerd: een kijkonderzoek waarbij de binnenkant van de slokdarm wordt bekeken. Als uit de gastroscopie blijkt dat er een tumor in de slokdarm zit, volgt aanvullend onderzoek om te bepalen hoe ver de tumor zich heeft uitgebreid en of er uitzaaiingen zijn naar andere organen.
Mogelijke aanvullende onderzoeken zijn:
een endo-echografie
een echografie van de hals (met eventueel een echogeleide punctie/biopsie)
een CT-scan of PET-scan
De behandeling hangt af van het stadium van de kanker. Vaak is een combinatie van behandelingen nodig:
Endoscopische behandeling: Als de diagnose is gesteld in een heel vroeg stadium, is soms een behandeling via de mond (endoscopisch) mogelijk. Dit kan alleen bij voorlopercellen of zeer oppervlakkige tumoren.
Operatie: Het doel is het verwijderen van de tumor in de slokdarm.
Als slokdarmkanker pas in een vergevorderd stadium wordt ontdekt, zijn er minder behandelmogelijkheden. In dat geval is een palliatieve behandeling nodig. Het doel is dan de ziekte af te remmen en de klachten te verminderen.