Triggeringer
Bij een triggervinger, ook wel triggerfinger genoemd, is de buigpees te dik en/of het peeskokertje te nauw. De pezen in de vinger lopen door verschillende peeskokertjes. Door deze kokertjes blijven de pezen netjes langs het bot glijden. Wanneer een verdikte pees blijft hangen, kan dat een ontstekingsreactie geven. Dat leidt in veel gevallen tot een beperking bij het buigen en soms tot pijn en irritatie.
Patiëntenfolders
Meer weten over een triggerfinger
Symptomen van een triggervinger beginnen vaak zonder duidelijk voorafgaand letsel. Bekende symptomen zijn:
Pijn bij het buigen en strekken van de vinger.
De vinger 'blijft hangen'.
De vinger blijft op slot en krom staan na het buigen.
De vinger is na verloop van tijd alleen nog recht te maken met een hoorbare en voelbare knik.
U voelt een pijnlijke knobbel in de handpalm.
De onderliggende oorzaak van een triggervinger is niet altijd duidelijk. Wel zijn er factoren die het risico verhogen:
Een triggervinger komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.
De aandoening treedt het meest op tussen de 40 en 60 jaar.
Bij mensen met diabetes of reuma komt een triggervinger statistisch vaker voor.
De aandoening ontstaat ook vaak na zware overbelasting van de hand.
Door het voortdurende glijden door de peesschede kan de buigpees ontstoken raken. Daarbij ontstaat een zwelling van de pees, waardoor zich een knobbel kan vormen in de hand. Dit bemoeilijkt het glijden verder. Tegelijk kan ook de peesschede zwellen, waardoor de tunnel nog nauwer wordt en de pees bekneld raakt.

Een lichamelijk onderzoek van de hand — waarbij de arts de stand en de beweging van de vinger beoordeelt — is in de meeste gevallen voldoende voor een diagnose.
Een triggervinger is niet gevaarlijk. De behandeling hangt af van de ernst van de klachten en eerdere behandelingen. Er zijn niet-operatieve en operatieve opties.
Niet-operatieve behandeling:
Bij milde klachten kan een periode van rust de klachten sterk verlichten. Soms schrijft de arts een stijve spalk voor om de vinger te ontlasten.
Pijnstillers zoals paracetamol of ibuprofen verlichten de pijn.
Als volgende stap kan de arts een corticosteroïdeninjectie geven. Dit middel wordt direct in de peesschede gespoten. In 9 van de 10 gevallen leidt dit tot definitieve of langdurige verlichting.
Als de injecties niet voldoende helpen, is een operatie de volgende stap. De arts maakt een klein sneetje in de handpalm, ter hoogte van de aangedane vinger. De arts zoekt de peesschede op en klieft de tunnel. Door dit inklieven ontstaat blijvend meer ruimte, zodat de pees niet langer bekneld raakt. Tot slot hecht de arts de huid.

