Revalidatieprotocollen
Revalidatieprotocol: totale of halve knieprothese (TKP/HKP)
Dit revalidatieprotocol is ontwikkeld voor fysiotherapeuten die werken met patiënten die zijn geopereerd aan een totale of halve knieprothese (TKP/HKP) in Máxima MC (MMC). Het protocol biedt gedetailleerde richtlijnen voor de verschillende fasen van het herstelproces. Van de eerste weken na de operatie tot de lange termijn nazorg. Het is opgesplitst in vijf fasen en bevat specifieke oefeningen en doelstellingen per fase, evenals signalen voor overleg met het MMC bij afwijkingen of problemen tijdens het herstel. Het protocol is bedoeld als richtlijn en kan in overleg met de behandelend arts en fysiotherapeut worden aangepast aan de specifieke situatie van de patiënt.
Revalidatieprotocol: voorste kruisband (VKB)
Dit revalidatieprotocol is ontwikkeld voor fysiotherapeuten die werken met volwassenen die geopereerd zijn aan een voorste kruisband reconstructie (VKB) in Máxima MC (MMC). Het protocol biedt gedetailleerde richtlijnen voor het herstel van patiënten in drie fasen, van de postoperatieve periode tot volledige sporthervatting. Het bevat specifieke doelen en oefeningen voor elke fase, evenals signalen voor overleg met het MMC bij eventuele afwijkingen in het herstelproces. Dit protocol dient als richtlijn en kan in overleg met de behandelend fysiotherapeut en arts worden aangepast aan de individuele situatie van de patiënt.
Revalidatieprotocol: totale heupprothese via de posterolaterale benadering
Dit revalidatieprotocol is ontwikkeld voor fysiotherapeuten die werken met patiënten die zijn geopereerd aan een totale heupprothese (THP) via de poster laterale benadering binnen Máxima MC (MMC). Het protocol biedt gedetailleerde richtlijnen voor de verschillende fasen van het herstelproces. Van de eerste weken na de operatie tot de lange termijn nazorg. Het is opgesplitst in vier fasen en bevat specifieke oefeningen en doelstellingen per fase, evenals signalen voor overleg met het MMC bij afwijkingen of problemen tijdens het herstel. Het protocol is bedoeld als richtlijn en kan in overleg met de behandelend arts en fysiotherapeut worden aangepast aan de specifieke situatie van de patiënt.