Borstverkleining
Bij een borstverkleining verkleint de plastisch chirurg uw borsten met één of meer cupmaten. Te zware borsten kunnen klachten geven zoals rug-, nek- en schouderpijn. Het streven is een cupmaat die bij uw lichaam past. Dit is afhankelijk van uw figuur, met name van de omtrek van de borstkas.
Zware borsten kunnen ook andere klachten geven. Bij het sporten kunt u hinder ervaren. Als de borsten ook verslapt zijn, kan smetten van de huid in de onderste borstplooi voorkomen. Soms ontstaan er psychische klachten, zoals schaamtegevoelens. Ook is een slechte houding een veelgehoorde klacht: sommige vrouwen lopen enigszins voorovergebogen om de grootte van de borsten te verbergen. Als u een grotere of kleinere cupmaat wenst dan wat bij uw lichaam past, kunt u dit altijd bespreken met de plastisch chirurg.
Patiëntenfolders
Meer weten over een borstverkleining
Vlak voor de operatie tekent de plastisch chirurg op uw borsten het operatiepatroon af. De operatie vindt plaats onder algehele narcose en duurt ruim anderhalf uur.
Tijdens de ingreep krijgt u antibiotica. De weefsels worden extra opgespoten zodat u na de ingreep minder pijn heeft en het bloedverlies zo beperkt mogelijk blijft. De plastisch chirurg neemt een deel van de huid en het borstklierweefsel weg. De tepel wordt meestal wat hoger geplaatst. Zo neemt het volume van de borst af. De plastisch chirurg werkt hierbij met een methode waarbij de natuurlijke vorm van de borst zoveel mogelijk behouden blijft.
Aan het eind van de operatie worden uw borsten met een steunend en drukkend verband verbonden. Er worden meestal geen drains gebruikt. Het verwijderde borstweefsel wordt op indicatie onderzocht.
Na verwijdering van het plakverband draagt u gedurende 3 weken, dag en nacht, een sportbeha. Daarna draagt u de sportbeha nog 3 weken alleen overdag. Trek de schouderbandjes niet te strak aan.
Na 2 weken mag u weer autorijden en fietsen. De eerste 6 weken raden we u af om te sporten, zwaar te tillen of zwaar werk te verrichten.
De hechtingen worden zo nodig na ongeveer 2 weken verwijderd. U krijgt hiervoor een afspraak mee bij ontslag. Nadat de hechtingen verwijderd zijn, is het verstandig de littekens 2 keer per dag in te smeren met litteken crème.
Zoals bij elke operatie, ontstaan bij een borstverkleining blijvende littekens. Deze littekens lopen rond de tepelhof, van de tepelhof naar beneden en in de onderste borstplooi. Soms is het mogelijk een operatie uit te voeren waarbij het litteken in de onderste borstplooi wordt vermeden.
Bij het verplaatsen van de tepel worden een aantal zenuwtakjes doorgesneden. Dit kan ertoe leiden dat het gevoel in de tepel na de operatie tijdelijk verminderd of zelfs geheel verdwenen is. Door de verplaatsing van de tepel kunnen stoornissen in de bloedvoorziening ontstaan. Dit kan soms leiden tot vervellen of gedeeltelijk afsterven van de tepel. Ook kan een deel van het borstweefsel afsterven door stoornissen in de bloedvoorziening van de borst. Deze laatste complicaties komen zeer zelden voor.
Het gevoel in de tepel is direct na de operatie vrijwel geheel verdwenen. Meestal komt het gevoel in de tepel terug, maar dit kan lang duren. Tot wel een jaar na de operatie kan verbetering optreden. In het begin zijn de borsten aan de onderzijde wat plat. Dit rondt zich in de loop der tijd af tot een normale vorm. Voor en na de ingreep worden foto's van de borsten gemaakt om het resultaat goed te kunnen beoordelen.
Zorgverzekeraars gebruiken een formule om te bepalen of u in aanmerking komt voor vergoeding. Daarbij worden de omtrek onder de borsten en over de borsten gemeten, met een beha aan. Aan de hand van deze meting is de cupmaat te bepalen. Bij een cupmaat groter dan of gelijk aan cupmaat E komt u in aanmerking voor vergoeding. De behandeling wordt dan aangevraagd bij uw zorgverzekeraar. Wijst de zorgverzekeraar de aanvraag af? Dan kunt u zelf bezwaar aantekenen of de operatie voor eigen kosten laten uitvoeren.