Littekenbehandeling
Littekens ontstaan doordat de huid beschadigd is geraakt, bijvoorbeeld door een ongeluk of een operatie.
Tijdens het genezingsproces maakt uw lichaam littekenweefsel aan op de plek van de beschadiging. De huid is namelijk niet in staat om volledig nieuw te groeien. Bij sommige mensen kan overmatige littekenvorming optreden. Dit komt vaker voor bij mensen met een gepigmenteerde huid. Afhankelijk van de plek en de manier van genezen kan dit leiden tot functionele of cosmetische bezwaren.
Patiëntenfolders
Meer weten over een littekenbehandeling
Tijdens het genezingsproces kunnen er verschillende soorten littekens ontstaan:
Goed genezend litteken
Een goed genezend litteken is in het begin wat roder en onderhuids wat verdikt. Na een paar weken of maanden wordt het litteken steeds zachter. Na 1 jaar is het een wit en zacht litteken. Bij mensen met een gepigmenteerde huid is de kleur van het litteken vaak wat donkerder. Het is aan te raden het litteken in te smeren en te masseren met een hydraterende crème. Uit onderzoek weten we dat crèmes met Aloë Vera goed werken.
Hypertrofisch litteken
Een hypertrofisch litteken ontstaat als de genezing in de eerste maanden te actief is. Het litteken blijft daardoor langer rood en jeukerig, is verdikt en kan gevoelig zijn.
Keloïd litteken
Bij een keloïd litteken groeit het litteken te ver door. Het litteken kan (zeer) grote en harde vormen aannemen. De littekens zijn altijd groter dan het oorspronkelijke wondgebied en kunnen (erg) pijnlijk zijn, jeuken en groeien.Er zijn verschillende behandelmogelijkheden, afhankelijk van het type litteken:
Drukbehandeling
Tegendruk — in de vorm van 'drukkleding' (speciaal op maat gemaakte kleding die druk geeft op het lichaam) of oorclips — geeft een signaal dat de groei van littekencellen geremd moet worden. Hoewel druk kan helpen, adviseren we dit alleen in uitzonderlijke gevallen.
Behandeling met siliconenpleisters of siliconengel
Siliconenpleisters — en in mindere mate siliconengel — sluiten het litteken af van de buitenlucht. Door te weinig zuurstof wordt de groei afgeremd. Siliconenpleisters worden veel gebruikt bij hypertrofische littekens. Siliconengel wordt vooral gebruikt bij littekens in het gezicht. De kosten van pleisters en gel worden niet altijd vergoed en kunnen dus kostbaar zijn.
Behandeling met corticosteroïdinjecties in combinatie met Verapamil
Injecties met corticosteroïd in combinatie met Verapamil kunnen de activiteit van de littekencellen tot rust brengen. Hierdoor wordt een litteken vaak vlakker, zachter en jeukt het minder. De injecties worden 3 keer per week gegeven, daarna volgt 1 maand rust. Dan krijg je een evaluatie en wordt de procedure eventueel herhaald totdat het litteken zacht en vlak is. Deze behandeling kan worden gecombineerd met siliconenpleisters. Een nadeel van de injecties is dat de huid pigment kan verliezen, waardoor er een lichtere plek bij het litteken ontstaat. Ook kan de huid te dun worden als er te vaak een injectie wordt gegeven. Is het litteken minimaal 6 maanden rustig, dan kan chirurgische correctie worden overwogen.
Wegsnijden van het litteken
Een hypertrofisch of keloïd litteken kan tijdens een operatie worden weggesneden. Dit kan met name succesvol zijn als er een reden is waarom het littekenweefsel is ontstaan. Zoals te veel spanning, een te strakke ligging of een ongunstige positie in de huidlijnen. De wond wordt gesloten met hechtingen die zo min mogelijk reactie veroorzaken. Omdat er een kans bestaat dat de klachten terugkomen – of zelfs groter worden – wordt deze behandeling alleen gekozen in specifieke situaties die per patiënt kunnen variëren.
Stikstofbehandeling
Bij een keloïd litteken bestaat er een stikstofbehandeling die keloïd littekens bevriest. Tijdens een ingreep wordt het keloïd verdoofd en daarna uitwendig met vloeibare stikstof bevroren. De Cryoshape® was een apparaat dat het keloïd van binnenuit bevroor, maar is niet meer leverbaar. In uitzonderingsgevallen kan een uitwendige bevriezing met stikstof nog nuttig zijn.
Radiotherapie
Bij zeer hardnekkige keloïden is radiotherapie een van de laatste middelen die de plastisch chirurg kan inzetten. Het keloïd wordt tijdens een poliklinische ingreep verwijderd en daarna bestraald, in overleg met een van de radiotherapeuten in het Catharina Ziekenhuis.