Oorcorrectie
Afstaande oren, ook flaporen genoemd, komen veel voor. Ze zijn het gevolg van een aangeboren misvorming van het kraakbeenskelet van de oorschelp.
Een oorcorrectie is mogelijk bij iedereen waarbij de oren te ver van het hoofd staan. Na de operatie staan de oren in een meer natuurlijke stand. Verwacht geen volledig perfecte oren: volledige symmetrie is vrijwel onmogelijk. De operatie laat een onopvallend litteken achter het oor na.
Patiëntenfolders
Meer weten over een oorcorrectie
De behandeling vindt meestal onder narcose plaats. De plastisch chirurg maakt aan de achterkant van het oor een kleine snede in de huid. Via deze snede wordt het kraakbeenskelet van het oor gecorrigeerd. Daarna wordt de overtollige huid weggenomen en wordt de huid gehecht.
Als het kraakbeen na de ingreep geïnfecteerd raakt, kan er een afwijkende vorm van het oor ontstaan. Dit is een specifieke complicatie bij een oorcorrectie. Ook is het mogelijk dat na de operatie een verschil blijft bestaan tussen het linker- en rechteroor. Soms is daarvoor een tweede operatieve correctie nodig.
Na de ingreep krijgt u een tulbandverband om. Dit verband blijft zitten tot de controle, die 7 tot 10 dagen later plaatsvindt op de polikliniek plastische chirurgie. Na de controle is het verstandig de littekens 2 keer per dag met littekencrème in te smeren. Daarna draagt u 2 tot 3 weken 's nachts een haarband (skiband) over de oren. De oren kunnen gedurende enkele weken gezwollen en verkleurd zijn.
Of de operatie vergoed wordt, hangt af van uw verzekering. Bij de meeste verzekeringen wordt de behandeling vergoed tot 18 jaar, mits u een aanvullende verzekering heeft. Informeer zelf bij uw verzekering of er sprake is van vergoeding voor een oorcorrectie.