Vaginale kunstverlossing
Bij een vaginale kunstverlossing helpt de arts de baby geboren te laten worden met een hulpmiddel. Er zijn 2 methoden: bevalling met de zuignap (vacuümextractie) of met de tang. De arts kiest voor een kunstverlossing als u lang heeft geperst zonder verdere vordering, of als uit een hartfilmpje blijkt dat de baby niet meer in optimale conditie is.
Patiëntenfolders
Meer weten over een vaginale kunstverlossing
De arts plaatst een zuignap op het hoofd van de baby. De zuignap is over het algemeen 5 cm in doorsnede. Daarna wordt de zuignap vacuüm gezogen, zodat hij vastzit op het hoofd. Tijdens de volgende weeën perst u en trekt de arts mee aan de zuignap. Hierna wordt de baby meestal probleemloos geboren.
Bij een tangverlossing legt de arts twee lepels één voor één om het hoofd van de baby. Terwijl u perst, trekt de arts de lepels naar buiten. Als het hoofd geboren is, volgt de rest van het lichaam probleemloos. De tang wordt tegenwoordig zeer weinig gebruikt, behalve bij een te vroeg geboren baby.