Botbreuk
Een botbreuk is een breuk in een bot. Dit wordt ook wel een fractuur genoemd. Het menselijk skelet bestaat uit 206 botten. In principe kan elk bot breken. Botbreuken komen het meest voor in de armen en benen.
Patiëntenfolders
Meer weten over een botbreuk
Denkt u dat u iets gebroken heeft? Of het nu om een pols, vinger, heup, rib, enkel of elleboog gaat: de symptomen zijn grotendeels gelijk. Let op deze signalen:
- pijn op de plek van de breuk;
- moeite met bewegen;
- een zwelling door een bloeduitstorting;
- soms een krakend geluid, net nadat het bot gebroken is.
De ernst van de klachten verschilt per breuk. Bij een scheurtje in het bot is de pijn minder hevig. Bij een volledige verbrijzeling is de pijn ernstig.
De meeste botbreuken ontstaan bij ongelukken, sporten of valpartijen. Als er veel kracht op een bot komt, kan het te ver doorbuigen en breken. Soms ontstaat een botbreuk door overbelasting. Dit heet ook wel een vermoeidheidsbreuk. Daarnaast kan een ziekte, zoals een tumor, een breuk veroorzaken.
Is uw bot gebroken of gekneusd? De arts stelt dit vast met een röntgenfoto. Op de foto is ook de ernst van de breuk te zien.
De behandeling hangt af van meerdere factoren:
- uw conditie;
- het soort breuk;
- of er een gewricht bij betrokken is;
- hoe de weefsels rond de breuk eraan toe zijn.
Er zijn 3 behandelvormen: gips, een operatie en rust. Daarnaast zijn er tussenvormen mogelijk.
Gips
Gips houdt de gebroken botstukken op hun plek. Zo groeien ze weer aan elkaar. Soms past de arts het gips later aan. Bijvoorbeeld als de zwelling weg is of als u loopgips krijgt. Het gips blijft meestal 3 tot 6 weken zitten. Dit hangt af van de ernst en de plek van de breuk.
Operatie
Bij een operatie worden de gebroken botstukken met schroeven en pennen stevig aan elkaar bevestigd. Soms houden de botten hun stand door een metalen raamwerk, ook wel een fixateur externe. De pennen komen dan door de huid naar buiten. Hoe lang de fixateur externe moet blijven zitten, verschilt per breuk en per persoon. Bij polsbreuken is dit 4 tot 6 weken.
In veel gevallen is een tweede operatie nodig om de schroeven en pennen te verwijderen. U krijgt hierbij een plaatselijke verdoving of algehele narcose. Een groot voordeel van een operatie: u kunt het lichaamsdeel direct weer bewegen. Zo blijven uw spieren stevig en uw gewrichten soepel.
Rust
Bij breuken van onder andere het bekken, de ribben, het sleutelbeen, een vinger of een middenhandsbeentje kan tijdelijke rust al voldoende zijn. De breuk geneest dan vanzelf.