Epifysiolyse (afglijden van de heupkop)
Een epifysiolyse is een zeldzame aandoening waarbij de heupkop afglijdt. De aandoening komt alleen voor tijdens de groei. Zodra een kind uitgegroeid is, is de groeischijf gesloten en kan de heupkop niet meer afglijden. De aandoening komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes, meestal vlak voor de puberteit.
Tot het einde van de puberteit bestaat de heupkop uit twee delen, met daartussen een groeischijf van kraakbeen. Tijdens de groeispurt, vaak tussen het 11e en 15e levensjaar, kunnen deze twee delen over de kraakbeenlaag afglijden. Hierdoor misvormt de heupkop. Dit wordt een epifysiolyse genoemd.
Patiëntenfolders
Meer weten over epifysiolyse
Bij epifysiolyse heeft een kind pijn in de lies, rond de knie of ter hoogte van het bovenbeen. Als de pijn plotseling ontstaat, is meestal de minste beweging al erg pijnlijk.
Een epifysiolyse kan door verschillende oorzaken ontstaan:
Een plotselinge kracht, zoals een harde val of een botsing met het been vooruit
Een stoornis in de sterkte van de groeischijf, bijvoorbeeld door een hormoonafwijking
De aandoening kan geleidelijk en langzaam ontstaan of plotseling en snel. Ook combinaties hiervan komen voor.
Bij verdenking op epifysiolyse voert de arts het lichamelijk onderzoek voorzichtig uit. Met een röntgenfoto kan de arts de epifysiolyse in beeld brengen.
De kinderorthopeed behandelt een epifysiolyse met een operatie. De arts zet de heupkop met een schroef weer op zijn plaats vast. Dit moet meestal direct gebeuren. Zo voorkomen we groeiproblemen op de langere termijn. Na de operatie leert het kind bewegen onder begeleiding van een fysiotherapeut. Zes weken na de operatie vindt er een controle plaats. De arts maakt dan een nieuwe röntgenfoto.