Röntgenonderzoek van de lever en alvleesklier
Een röntgenonderzoek van de lever en alvleesklier — ook wel ERCP (Endoscopisch Retrograde Cholangio Pancreaticografie) — is een kijkonderzoek van de galwegen en de afvoergang van de alvleesklier.
Het onderzoek is bedoeld om afwijkingen aan de galwegen en/of de alvleesklier op te sporen die klachten of ziekte veroorzaken. Ook kan tijdens dit onderzoek een behandeling plaatsvinden, zoals het verwijderen van galstenen uit de grotere galwegen.
Patiëntenfolders
Meer weten over een röntgenonderzoek van de lever en alvleesklier
De MDL-arts voert het onderzoek uit met een flexibele slang, de endoscoop. De endoscoop gaat via de mond, de slokdarm en de maag tot in de twaalfvingerige darm. Daar bevindt zich de uitgang van de galwegen en de alvleesklier. Vervolgens brengt de arts een dunne katheter door de endoscoop in de galwegen en/of de afvoergang van de alvleesklier. Door de katheter spuit de arts een contrastvloeistof in. Zo kunnen röntgenfoto's van de galwegen en/of de afvoergang van de alvleesklier worden gemaakt.
Is het nodig, dan neemt de arts tijdens het onderzoek ook een biopt: een stukje weefsel voor microscopisch onderzoek. Dit is niet pijnlijk. Tijdens het onderzoek kunnen ook andere ingrepen worden uitgevoerd, zoals het plaatsen van een buisje om de galafvloed te op gang te houden.Om het onderzoek zo aangenaam mogelijk te maken, krijgt u vooraf een 'roesje'. Dit is een combinatie van een kalmerend middel en een pijnstiller. Hierdoor bent u meer ontspannen en voelt u minder angst en pijn. Het onderzoek is niet pijnlijk. Pijnbeleving is voor iedereen anders. Veel mensen vinden het inbrengen van de endoscoop vervelend, omdat ze moeten kokhalzen. Sommige mensen krijgen een benauwd gevoel door de slang in de keel. U kunt tijdens de hele procedure rustig blijven ademhalen via uw neus en mond. Er is genoeg ruimte in de keelholte om adem te halen.
Tijdens het onderzoek blaast de arts lucht in de twaalfvingerige darm. Daardoor gaat de darm open staan en heeft de MDL-arts beter zicht. U kunt hierdoor gaan opboeren of winden moeten laten. Dit hoort bij het onderzoek. Juist door het opboeren of laten van winden krijgt u minder last van een opgeblazen gevoel.
Na het onderzoek blijft u één nacht in het ziekenhuis. Voordat u naar huis gaat, bespreekt de arts de voorlopige uitkomst met u op de afdeling. De definitieve uitslag krijgt u op de polikliniek of zodra deze beschikbaar is.