Blaaspoliepen
Blaaspoliepen zijn uitstulpingen van de blaaswand. Deze uitstulpingen zijn meestal kwaadaardig. Daardoor spreken we ook wel van blaaskanker. Er zijn veel verschillende vormen van blaaskanker.
Patiëntenfolders
Meer weten over blaaspoliepen
De behandeling verloopt via de plasbuis. De uroloog kijkt met een werkinstrument in de blaas. Met een lisje (een dunne metalen draad in de vorm van een lus) dat elektrisch wordt verhit worden de poliepen weggebrand. Het verwijderde weefsel wordt naar buiten gespoeld en de wond in de blaas wordt met hetzelfde instrument dichtgebrand. Dit wordt op de operatiekamer gedaan onder een ruggenprik of algehele narcose.
Het verwijderde weefsel gaat naar het laboratorium voor onderzoek. Hierna volgt de uitslag met de uroloog.
Tijdens een inwendig kijkonderzoek van de blaas en de plasbuis (cystoscopie) kan de arts een kleine blaaspoliep vinden. Is de poliep heel klein, dan kan de uroloog deze direct verwijderen. Omdat het vaak een terugkeer betreft, gaat het weefsel niet naar het laboratorium voor onderzoek.
Na de behandeling wordt uw blaas gespoeld via een katheter. Dit spoelen gebeurt meestal binnen 6 tot 24 uur na de operatie.
Zodra de spoelvloeistof helder is – meestal na 1 tot 2 dagen – mag de katheter eruit. De meeste patiënten kunnen een dag na de behandeling naar huis.
Na het verwijderen van blaaspoliepen kunnen soms problemen ontstaan, zoals:
een blaasontsteking;
een nabloeding: de wond moet dan opnieuw worden dichtgebrand;
tijdelijke lekkage van de blaas: de katheter moet dan langer blijven zitten.

