These texts are translated on demand using Google Translate Services and may contain errors. Automated translations are not perfect and should not be considered a substitute for human translators. Proud Medisch Centrum is not responsible for any translation errors. If you have any health-related questions, please always consult your doctor.
Horen is een van uw zintuigen en is uiterst belangrijk voor contact met de wereld om u heen. Daarom is het belangrijk dat uw oren geluid kunnen vangen.
Patiëntenfolders
Meer weten over het gehoor
Uw oren vangen geluid op. Geluid is een trilling van de lucht. Via de oorschelp en de gehoorgang laat het geluid een dun vlies trillen: het trommelvlies. In het middenoor geven 3 kleine botjes deze trilling door: de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel. Zij sturen de trilling naar het binnenoor, ook wel het slakkenhuis genoemd.
In het slakkenhuis zitten zeer kleine haartjes. Die zetten de trillingen om in signalen. Via de gehoorzenuw komen die signalen in de hersenen aan, waar ze worden herkend als geluid.
Bij gehoorproblemen stelt de KNO-arts een aantal vragen: hoe lang heeft u de klachten en hoe ernstig zijn ze? Ook vraagt de KNO-arts naar mogelijke oorzaken, zoals blootstelling aan lawaai, een ontsteking of een oorzaak binnen de familie.
Uw oren worden ook onderzocht met een microscoop en gereinigd als dat nodig is. Met een stemvork op het hoofd of vlak bij de oren is er soms al een eerste indruk.
Een andere methode is impedantiemeting. Een dopje sluit uw oor enkele seconden af. Terwijl u een zachte bromtoon hoort, ziet de KNO-arts of uw trommelvlies goed reageert op drukverandering. Dit is vooral geschikt voor kinderen: zo is te zien of er vocht in het middenoor zit.
Een uitgebreider hooronderzoek is toonaudiometrie. Via een koptelefoon en een trilblokje achter de oren krijgt u tonen van verschillende hoogte en luidheid aangeboden. Met een audiometer kan de mate van gehoorverlies worden bepaald. De uitslag staat in een grafiek: het audiogram.
Daarna test de KNO-arts hoe goed u woorden verstaat. Via de koptelefoon zegt u losse woorden na. Zo ziet de KNO-arts of een aanpassing van het hoortoestel zinvol is.
Bij kinderen verlopen deze onderzoeken vaak in spelvorm, zodat zij beter meewerken. Bij kinderen jonger dan 4 jaar geven koptelefoon-onderzoeken doorgaans geen betrouwbaar resultaat. Dan wordt via observaties ingeschat hoe goed het kind kan horen. In speciale gevallen wordt u verwezen naar een audiologisch centrum. Daar zijn ook bijzondere onderzoeken mogelijk, zoals meting van oto-akoestische emissies en BERA.
Geleidingsverlies ontstaat door een probleem in de gehoorgang, het trommelvlies, het middenoor of de gehoorbeentjes. Voorbeelden zijn ophoping van oorsmeer, een gaatje in het trommelvlies of ophoping van slijm of pus.
Perceptief gehoorverlies ontstaat meestal door een afwijking in het binnenoor. Oorzaken zijn aanleg, leeftijd of blootstelling aan lawaai. Perceptief verlies door een afwijking in de gehoorzenuw (zoals een brughoektumor of hersenvliesontsteking) of in de hersenen komt veel zeldzamer voor.
Als u zowel geleidingsverlies als perceptief verlies heeft, noemen we dit gemengd verlies.
De hoortesten stellen de ernst van het gehoorverlies vast in decibels (dB). Patiënten vragen soms naar een percentage. Dat is lastig te geven, omdat het verlies per toonhoogte kan verschillen. Soms wordt een schattign van het percentage genoemd om de omvang van het probleem duidelijker te maken.
Soms zijn er ook andere klachten, zoals hyperacusis, oorsuizen, duizeligheid, eenorigheid of plotsdoofheid. In bijna al deze gevallen zal er onderzoek gedaan worden naar een mogelijk verband met het gehoor en is een hoortest een optie.
De behandeling hangt af van de oorzaak van uw gehoorverlies.
Bij geleidingsverlies zijn er meestal veel mogelijkheden. De KNO-arts kan de gehoorgang reinigen, ontstekingen behandelen met medicijnen, trommelvliesbuisjes plaatsen of een ooroperatie uitvoeren waarbij het trommelvlies en/of de gehoorbeentjes worden hersteld.
Bij perceptief verlies is een operatie niet mogelijk. Heeft u een verlies van 35 dB of meer? Dan kan er nagedacht worden over een hoortoestel op proef. De KNO-arts geeft u verdere uitleg over bijzondere ingrepen, zoals botverankerde implantaten (BCD ) en cochleaire implantaten.