Overgangsklachten
De overgang is de periode rond de laatste menstruatie, ook wel de menopauze genoemd. De hormoonhuishouding schommelt flink in deze periode. Per vrouw verschilt het hoeveel last u heeft van overgangsklachten.
Patiëntenfolders
Meer weten over overgangsklachten
Tijdens de overgang produceren de eierstokken steeds minder van het vrouwelijk hormoon oestrogeen. Uiteindelijk stopt de aanmaak helemaal. Daardoor worden de menstruaties onregelmatig en soms overvloedig.
De overgang begint gemiddeld rond het 51e jaar, maar er zijn grote verschillen. Een overgang vóór het 45e jaar is vroeg en vereist bijzondere aandacht.
De meeste vrouwen hebben weinig of geen last van de overgang. Ongeveer een derde van alle vrouwen heeft echte klachten, zoals opvliegers, nachtelijk zweten, hoofdpijn, depressieve buien, lusteloosheid, moeheid en pijn tijdens de geslachtsgemeenschap. Al deze klachten kunnen voortkomen uit een verminderde productie van oestrogenen.
Opvliegers zijn plotselinge warmteaanvallen. Ze gaan soms gepaard met een rood gezicht, een koortsig gevoel of hevig transpireren. Opvliegers kunnen op elk moment optreden. Stress of alcohol kan ze uitlokken.
Ook 's nachts kunnen opvliegers optreden, vaak samen met flinke transpiratieaanvallen. In het ergste geval krijgt u hierdoor slaapproblemen, moeheid en prikkelbaarheid.
Door de overgang kan de huid droger en minder elastisch worden. Rimpels kunnen ontstaan. Ook kunt u last hebben van droge ogen of een droge mond. Dit komt door de verminderde aanmaak van traanvocht en speeksel.
Door de afname van oestrogeen wordt het slijmvlies in de vagina dunner en droger. Dit geeft vaak jeuk, een branderig gevoel of pijn bij het plassen. De vagina en blaas worden ook gevoeliger voor infecties. Daarnaast kan de behoefte aan seks afnemen en kan gemeenschap pijnlijk zijn.
Wanneer u ouder wordt, verslappen de bekkenbodemspieren en steunweefsels. De blaas kan daardoor verzakken. Het gevolg kan zijn dat u de plas niet meer zo lang kunt ophouden. Of dat u bij hoesten, niezen of sporten urine verliest.
Na de laatste menstruatie neemt de aanmaak van oestrogeen af. Daardoor worden de botten brozer. Op de lange termijn kunt u last krijgen van botontkalking (osteoporose). De kans op botbreuken neemt hierdoor toe.
Oestrogeen heeft een beschermende werking tegen hart- en vaatziekten. In de vruchtbare leeftijd hebben vrouwen minder kans op hart- en vaatziekten dan mannen. Na de overgang is dit risico gelijk.