Pijn na liesbreukchirurgie (CPIP)
Na een liesbreukoperatie is het normaal dat de lies een paar weken ongemakkelijk aanvoelt dan wel pijn doet. Houdt dit echter langer dan 3 maanden aan en belemmert het u in het dagelijks leven? Dan heet dit chronische pijn na liesbreukchirurgie. Artsen gebruiken hiervoor vaak de Engelse afkorting CPIP (Engels: chronic postoperative inguinal pain).
Ongeveer 1 op de 10 mensen heeft na een liesbreukoperatie langdurige pijn. Bij een kleine groep is die pijn zo erg dat werken, sporten of dagelijks functioneren beperkt worden.
Patiëntenfolders
Meer weten over pijn na een liesbreukoperatie (CPIP)
Aanhoudende pijn in de lies, die langer dan 3 maanden na de operatie blijven bestaan.
Pijn die erger kan worden door activiteit, bukken, zitten, tillen of sporten.
Afhankelijk van de oorzaak: een brandende, stekende pijn die continu aanwezig is, een zeurende pijn of het gevoel dat er iets in de lies in de weg zit.
Er zijn verschillende oorzaken en soms spelen er zelfs meerdere oorzaken tegelijk:
Een nieuwe breuk: de liesbreuk is niet goed hersteld of is teruggekomen.
Zenuwpijn: een zenuw is tijdens of rondom de operatie beschadigd of geïrriteerd geraakt. Zie zenuwpijn na liesbreukchirurgie.
Matpijn: het matje zelf veroorzaakt de pijn. Zie mesh gerelateerde pijn of meshoom.
Andere oorzaken: bijvoorbeeld klachten van de heup, de rug, de bekkenbodem of de spieren van het bovenbeen. Ook kan irritatie van het schaambeen zelf pijn in de lies geven.
We zoeken eerst uit welke oorzaak de pijn heeft, want daar hangt de behandeling van af. Dat doen we met een uitgebreid gesprek, lichamelijk onderzoek en soms beeldvorming, zoals een echo, CT-scan of MRI.
Ook eerdere behandelingen kunnen helpen om oorzaken van elkaar te onderscheiden. Denk aan fysiotherapie, injecties met verdoving of andere operaties en of die wel of niet hebben geholpen.
Omdat er veel mogelijke oorzaken zijn, moeten we sommige oorzaken eerst uitsluiten. We kijken daarbij eerst naar wat het meest waarschijnlijk is. Daardoor kan het traject soms even duren. Maar zo komt u samen met uw arts wel tot de juiste diagnose en dus de juiste behandeling.
We behandelen stap voor stap. Meestal beginnen we met de minst ingrijpende behandeling. Werkt dat niet, dan gaan we over op een meer ingrijpende behandeling. Welke behandeling past, hangt sterk af van de oorzaak van de pijn.
Mogelijke behandelingen zijn bijvoorbeeld injecties met een verdovingsmiddel, medicijnen tegen zenuwpijn, zalf tegen zenuwpijn, PRF of cryoablatie. Bij sommige patiënten is een operatie nodig, zoals een zenuwverwijdering (neurectomie), een matverwijdering of een nieuw herstel van de liesbreuk.