Schouderprothese
Een schouderprothese kan nodig zijn als uw schouder is gebroken of als er sprake is van een versleten schouder (artrose). Met een prothese kunt u uw arm weer beter bewegen.
Patiëntenfolders
Meer weten over een schouderprothese
Of een operatie nodig is, hangt af van 3 factoren: de mate van pijn, hoeveel minder u de schouder kunt bewegen en hoe aangetast de botten, spieren en pezen zijn. De orthopeed bekijkt op een röntgenfoto in hoeverre het kraakbeen is versleten.
Eerst schrijft de arts pijnstillers voor. Als die niet meer helpen, kan de orthopeed een operatie voorstellen. Er zijn meerdere soorten protheses. De orthopeed bespreekt met u welke geplaatst wordt. Dit hangt af van uw leeftijd, de kwaliteit van uw spieren en pezen en de mate van slijtage.
Bij een totale schouderprothese plaatst de orthopedisch chirurg zowel een nieuwe schouderkop als een nieuwe kom. De metalen schouderkop zit op een steel en wordt vastgezet in de bovenarm. In de schouderkom plaatst de chirurg een kommetje van polyethyleen (kunststof). Dit kommetje wordt bevestigd met botcement of met schroeven.
Bij een omgekeerde schouderprothese plaatst de orthopesich chirurg een schouderkop op de oorspronkelijke kom en een kom op de plaats van de kop. Zo draait een kom om een kop, in plaats van andersom. Het voordeel hiervan is dat de schouder stabiel is en niet meer naar boven kan wegglijden.