Syndroom van Down
Het syndroom van Down is een aangeboren chromosoomafwijking. Kinderen met het Downsyndroom hebben naast verstandelijke beperkingen vaak ook problemen met hun oren, ogen, hart, eten en bewegen.
Patiëntenfolders
Meer weten over het syndroom van Down
Het Downsyndroom ontwikkelt zich tijdens de zwangerschap. Kinderen met het syndroom hebben een extra chromosoom: 47 in plaats van 46. Dit komt door een fout in de deling van chromosomen in de eicel.
Het extra chromosoom heeft invloed op de geestelijke ontwikkeling. Het maakt het kind ook kwetsbaarder voor infecties en afwijkingen aan organen. Hartproblemen komen regelmatig voor bij kinderen met het Downsyndroom.
De Downpoli (het Downteam) is bedoeld voor kinderen met het Downsyndroom tot 18 jaar. Als uw kind nog geen patiënt is bij de kinderartsen in Máxima MC (MMC), maakt u bij de polikliniek een afspraak. Bij het eerste bezoek overlegt de kinderarts met u of uw kind in aanmerking komt voor de Downpoli.
Is dat zo? Dan wordt u 1 keer per jaar of per 2 jaar uitgenodigd voor een gezondheidscontrole. Deze afspraken worden gepland op een dinsdagmiddag en de daaropvolgende vrijdagochtend.
Dinsdagmiddag
Op dinsdagmiddag bezoekt u de KNO-arts (keel, neus en oor) en de oogarts. Die middag wordt ook bloed geprikt. De radioloog maakt heupfoto's om te beoordelen of er sprake is van heupproblematiek.
Vrijdagochtend
Op vrijdagochtend bezoekt u de andere teamleden:
- kinderarts
- fysiotherapeut
- audioloog
- diëtist
- logopedist
De teamleden overleggen over de resultaten en maken afspraken over de behandeling. Als u daar behoefte aan heeft, kunt u op vrijdagochtend ervaringen uitwisselen met andere ouders. Er is een contactouder van Stichting Down Syndroom aanwezig.
Als het nodig is, bezoekt u met uw kind op andere momenten hulpverleners in het ziekenhuis.
Binnen de Downpoli kunt u ook terecht bij het Down heupen-team. Dit team houdt regelmatige gezondheidscontroles gericht op heupproblematiek bij kinderen met het Downsyndroom.
Het team bestaat uit een kinderarts, kinderorthopeed en een kinderrevalidatiearts. Dit controlebezoek is in principe 2 keer per jaar.
Mensen met het syndroom van Down hebben naast verstandelijke beperkingen vaak ook problemen met eten en bewegen. Daarnaast hebben zij een grotere kans op overgewicht. Hun energiebehoefte in rust is namelijk lager.
Onder begeleiding van een diëtist kan overgewicht worden voorkomen door gezond en gevarieerd te eten en voldoende te bewegen. De diëtist geeft uw kind een persoonlijk voedingsadvies. Soms is een lichamelijke aandoening de oorzaak van overgewicht. Veelvoorkomend zijn schildklierproblemen en vernauwing van de twaalfvingerige darm.
