Anticonceptie
In verschillende levensfasen zijn er verschillende vormen van anticonceptie mogelijk. Er zijn tijdelijke en definitieve vormen van anticonceptie.
U leest hier meer over de verschillende vormen van anticonceptie en de voor- en nadelen ervan. Wilt u meer weten voordat u een afspraak maakt bij de gynaecoloog? Lees dan ook de informatie op anticonceptie.nl en op degynaecoloog.nl.
Patiëntenfolders
Meer weten over anticonceptie
Anticonceptie is een verzamelnaam voor methoden en middelen die zwangerschap voorkomen. Er zijn tijdelijke en definitieve vormen:
- Tijdelijke vormen: de pil, condooms, spiraaltje, Nuvaring, Implanon, prikpil, anticonceptie na de bevalling en de morning after pil.
- Definitieve vormen: sterilisatie bij de vrouw en sterilisatie bij de man.
De pil bevat kunstmatige geslachtshormonen die lijken op oestrogeen en progesteron. Deze hormonen spelen een belangrijke rol in de menstruele cyclus. De hormonen in de pil veranderen de cyclus zo dat er geen eicel rijp wordt. Er vindt dan geen eisprong plaats.
Mocht er toch een eicel vrijkomen, dan is er een tweede barrière: het slijm in de baarmoederhals. Door het progesteron uit de pil wordt dit slijm zo taai dat zaadcellen er bijna niet doorheen kunnen komen.
Er zijn verschillende varianten van de pil. In overleg met uw behandelend arts kiest u de meest geschikte vorm.
Het mannencondoom is een cilindervormig zakje van latex of plastic dat de penis omhult tijdens de geslachtsgemeenschap. Het voorkomt dat sperma in de vagina komt en biedt bescherming tegen geslachtsziekten. Bij goed gebruik, zeker in combinatie met zaaddodende middelen, is het condoom een betrouwbaar alternatief anticonceptiemiddel in de eerste maanden na de bevalling.
Het vrouwencondoom heeft een flexibele binnenring die het condoom in de vagina op zijn plaats houdt. De zachtere buitenring steekt buiten de vagina en houdt het condoom daar op zijn plek. Het vrouwencondoom is voorbehandeld met een glijmiddel en biedt ook bescherming tegen geslachtsziekten.
- Het koperhoudend spiraaltje is een klein plastic voorwerpje met koperdraad eromheen. De arts brengt het in de baarmoeder, waar het een reactie veroorzaakt in het baarmoederslijmvlies. Daardoor worden zaadcellen gehinderd en kan een bevruchte eicel zich niet innestelen. Een voordeel is dat het spiraaltje 5-10 jaar kan blijven zitten (afhankelijk van het type spiraal). Een nadeel zijn hevigere menstruaties in de eerste 3 maanden.
- Mirena is een hormoonhoudend spiraaltje dat maximaal 8 jaar als anticonceptie werkzaam is en lokaal hormonen afgeeft. Na enkele maanden met wat onregelmatig bloedverlies heeft meer dan 40 procent van de vrouwen daarna geen menstruatie meer. Naast anticonceptie is Mirena ook een goede behandeling voor hevige menstruaties.
U brengt de Nuvaring 1 keer per maand zelf in, in tegenstelling tot de pil die u elke dag inneemt. De ring blijft 3 weken aaneengesloten in de vagina en geeft in zeer lage hoeveelheden hormonen af, met dezelfde werking als de pil. Daarna volgt een ringvrije week waarin u ongesteld wordt.
Implanon is een klein staafje van 4 centimeter lang. Een huisarts of gynaecoloog brengt het onderhuids in aan de binnenkant van de bovenarm. Na maximaal 3 jaar wordt het staafje weer verwijderd. Het staafje geeft dagelijks een lage hoeveelheid van het hormoon progestageen af. Daardoor vindt er geen eisprong plaats. Na verwijdering van het staafje herstelt de vruchtbaarheid snel. Het menstruatiepatroon kan veranderen.
De prikpil is een injectie die 1 keer per 3 maanden in een spier wordt gegeven. U hoeft daardoor maar 4 keer per jaar aan anticonceptie te denken. Een nadeel is dat het na het stoppen lang kan duren voordat de menstruaties terugkeren. Ook kan de prikpil onregelmatig vaginaal bloedverlies geven.
- De LAM-methode (Lactatie-Amenorroe Methode): Lactatie betekent ‘borstvoeding’ en amenorroe betekent ‘geen menstruatie’.
- Borstvoeding kan de eerste zes maanden na de bevalling bescherming bieden tegen zwangerschap. Dit geldt alleen bij volledige borstvoeding (zonder kolven en bijvoeden) én zonder menstruatie of bloedverlies. Na bloedverlies óf na zes maanden is andere anticonceptie nodig. Deze methode is minder betrouwbaar dan veel andere vormen van anticonceptie.
- De minipil: Hormoonmiddelen met alleen progestageen worden vaak gebruikt bij borstvoeding, omdat dit de borstvoeding niet beïnvloedt. De minipil neemt u elke dag in, zonder stopweek.
Bent u de anticonceptie vergeten of heeft u deze niet goed gebruikt? Dan kunt u de kans op zwangerschap verkleinen met de morning after pil (noodpil). Neem de pil zo snel mogelijk in na onbeschermd seksueel contact. De pil kan nog 3 tot 5 dagen daarna effect hebben. U kunt de morning after pil gebruiken als u de reguliere pil was vergeten, na onveilige seks of als een condoom is gescheurd. Een arts kan ook een koperhoudend spiraaltje plaatsen als noodanticonceptie.
- Bij sterilisatie van de vrouw sluit de arts de eileiders af. Daardoor kunnen eicel en zaadcel elkaar niet meer ontmoeten. De ingreep vindt meestal plaats via een kijkoperatie. De arts maakt een klein sneetje onder de navel en blokkeert de eileiders met clips of door middel van verwijderen van beide eileiders. Dit is een dagbehandeling. Na de sterilisatie blijft de menstruatie gewoon doorgaan. Als u voorheen de anticonceptiepil gebruikte, kan het zijn dat uw menstruaties heviger worden.
- Bij sterilisatie van de man (vasectomie) haalt de arts onder plaatselijke verdoving uit beide zaadleiders een klein stukje weg. De uiteinden worden afgebonden. Sterilisatie heeft geen invloed op erectie en orgasme. Omdat er nog zaadcellen aanwezig kunnen zijn, moet u de eerste 12 weken nog een andere vorm van anticonceptie gebruiken.