Knieprothese (nieuwe knie)
Bij een beschadigde of versleten knie kan de orthopedisch chirurg een knieprothese (kunstknie) overwegen. Er zijn 2 typen: de totale knieprothese en de halve knieprothese.

Patiëntenfolders
Meer weten over een knieprotese
Er zijn 2 typen knieprothesen.
Totale knieprothese
Bij een totale knieprothese verwijdert de arts de versleten gewrichtsvlakken. Het gewrichtsvlak ter hoogte van het bovenbeen wordt vervangen door een metalen deel. Het gewrichtsvlak ter hoogte van het scheenbeen wordt vervangen door een hard plastic deel. Dit deel zit vast aan een metalen steel in het scheenbeen.
Halve knieprothese
Is er slijtage aan de binnen- of buitenkant van de knie? Dan kan de arts een halve knieprothese plaatsen. Alleen de aangetaste zijde wordt vervangen door metalen en plastic delen.
Patiënten die een knieprothese krijgen, doen mee aan het Knie Actief Programma (KNAP). Dit programma helpt u snel weer op de been te komen. U heeft daarbij steun van uw persoonlijk begeleider (coach) en van medepatiënten.
Het KNAP-programma bestaat onder andere uit:
Voorlichting vóór, tijdens en na uw opname over wat u kunt verwachten.
Een groepsbijeenkomst vóór uw opname met de fysiotherapeut. U krijgt uitleg en oefent met lopen met een loophulpmiddel.
Vooraf treffen van voorzieningen thuis om uw herstel te vergemakkelijken.
Opname samen met medepatiënten op een verpleegafdeling met een gemeenschappelijke huiskamer, waar u samen revalideert.
Lopen
Op de dag van de operatie mag u al uit bed. Hiervoor heeft u voldoende kracht en gevoel in uw benen nodig. Een verpleegkundige begeleidt u bij de eerste stappen met een loophulpmiddel. In het ziekenhuis oefent u samen met uw medepatiënten verder met lopen.
Door pijn kan het zijn dat u anders bent gaan lopen. Voor uw herstel is het belangrijk dat u weer zo normaal mogelijk loopt. De fysiotherapeut bepaalt thuis wanneer u zonder krukken of rollator mag lopen. Dit hangt af van uw looppatroon en spierkracht.
Pijn
Na de operatie kan de knie flink pijnlijk en gezwollen zijn. Zoek een balans tussen rust en bewegen. De pijn neemt geleidelijk af. 3 tot 4 maanden na de operatie treedt een duidelijke verbetering op.
Wond
De wond zit aan de voorzijde van de knie en is ongeveer 20 centimeter lang. De wond is gesloten met agraves (nietjes). Deze mogen 2 weken na de operatie bij de huisarts worden verwijderd. Na de operatie krijgt u een pleister die 2 weken kan blijven zitten. Daarna hoeft de wond niet meer bedekt te worden.
Controles
6 weken na de operatie is er een groepsconsult met medepatiënten die in dezelfde week als u zijn geopereerd. De polikliniekassistent en de verpleegkundig specialist zijn daarbij aanwezig. U bespreekt eerst individueel uw voortgang. Daarna bespreekt de verpleegkundig specialist het herstel in de groep. 3 maanden na de operatie heeft u een controleafspraak bij de orthopeed die u heeft geopereerd.
Bekijk alle oefeningen voor een nieuwe knie in onderstaande video
U mag weer fietsen als u geen krukken meer gebruikt, uw knie ver genoeg kunt buigen en voldoende spierkracht in uw benen heeft. Gebruik bij voorkeur een damesfiets vanwege de lage instap. Het fietsen moet soepel gaan, zonder grote kracht. Oefenen op een hometrainer kan ook helpen.
U mag weer autorijden als u geen krukken en geen pijnmedicatie meer gebruikt die uw reactievermogen beïnvloedt. Voldoende kracht in uw benen is ook belangrijk. Tijdens de eerste controle bespreekt u dit. Raadpleeg ook de polisvoorwaarden van uw verzekeringsmaatschappij.
Pijn en zwelling kunnen na een totale knieprothese langdurig aanhouden. Het is belangrijk dat u een balans zoekt tussen rust en bewegen.
U kunt een middelmatige verbetering verwachten in uw sportieve mogelijkheden. Sporten zoals fietsen, wandelen en golf lukken over het algemeen goed. Intensievere sporten waarbij de knieprothese zwaarder wordt belast, worden afgeraden. Denk aan voetbal, hardlopen, zaalsporten, hockey en contactsporten.
Als de operatie verloopt zoals verwacht, kunt u thuis revalideren. U mag bewegen met een loophulpmiddel. Mogelijk zijn extra voorzieningen of thuiszorg nodig.
Als u niet direct naar huis kunt, kunt u zelf een zorghotel regelen. Hiervoor heeft u geen indicatie nodig. Informeer bij uw zorgverzekeraar over de vergoeding. Bij complicaties na de operatie vindt opnieuw een beoordeling plaats over de benodigde nazorg.
Na uw opname is fysiotherapie noodzakelijk. Meld u vóór uw opname aan bij een fysiotherapeut bij u in de buurt. Die kan u dan direct na de operatie inplannen. Let op: controleer of uw zorgverzekeraar fysiotherapie vergoedt.
Soms treden er complicaties op. Hier zijn de meest voorkomende:
Infectie van de knieprothese of het gebied eromheen. Dit uit zich in lekkage, roodheid en/of zwelling van de wond, pijn en koorts.
Trombose (bloedstolsel). U krijgt in het ziekenhuis en thuis tabletten om trombose te voorkomen.
Een klapvoet.
Loslaten van de prothese. Op de lange termijn (15 tot 20 jaar) bestaat er een kans dat een deel van de prothese los gaat zitten. Meestal is dan een hersteloperatie noodzakelijk.