Heupprothese (nieuwe heup)
Bij een heupprothese vervangt de orthopedisch chirurg uw versleten heupgewricht door een kunstheup. Dit gebeurt bij artrose, heupdysplasie of een gebroken heup.
Patiëntenfolders
Meer weten over een heupprothese
Helpen fysiotherapie en pijnmedicatie niet genoeg meer? Dan bespreekt de arts met u de optie voor een heupprothese. De operatie duurt 1 tot 2 uur. Het heupgewricht bestaat uit een heupkop en een heupkom. De kop draait in de kom. Tijdens de operatie verwijdert de arts de heupkop. In de kom plaatst de arts een kunststof exemplaar, soms met een metalen rand. In het bovenbeen komt een metalen pen met een nieuwe kop die precies in de kom past.
De prothese bestaat uit 2 onderdelen:
De heupkom: van kunststof of metaal
Het bovenbeen: met een metalen pen


Patiënten die een heupprothese krijgen, doen mee aan het Heup Actief Programma (HAP). Dit programma helpt u snel en veilig te herstellen. U krijgt uitleg vóór, tijdens en na de operatie.
Vóór uw opname nodigt de fysiotherapeut u uit voor een groepsbijeenkomst. U krijgt uitleg en oefent met lopen met een loophulpmiddel. Ook worden vooraf voorzieningen getroffen om uw herstel thuis te vergemakkelijken.
Tijdens uw opname is er op de verpleegafdeling een huiskamer waar u samen met andere patiënten revalideert. U oefent er stap voor stap de dagelijkse dingen.
De orthopedisch chirurg kan kiezen uit 2 benaderingen. Samen met u bespreekt de arts welke benadering het beste bij u past. Beide benaderingen zijn veilig.
Bij de voorste benadering ligt u op uw rug. De arts plaatst de prothese zonder spieren los te maken. De heup is direct stabiel en u bent snel weer mobiel. Deze techniek is niet altijd mogelijk.
Bij de achterste (posterolaterale) benadering ligt u op uw zij. De snede zit aan de zijkant van de heup. De arts heeft goed zicht om de kom en steel te plaatsen. U kunt wat langer spierpijn in de bilstreek ervaren en de kans dat de heupkop uit de kom schiet (luxatie) is iets groter.
Lopen
Op de dag van de operatie mag u al uit bed. Hiervoor heeft u voldoende kracht en gevoel in uw benen nodig. Een verpleegkundige begeleidt u bij de eerste stappen met een loophulpmiddel.
Door pijn kan het zijn dat u anders bent gaan lopen. Voor uw herstel is het belangrijk dat u weer zo normaal mogelijk loopt. De fysiotherapeut bepaalt thuis wanneer u zonder krukken of rollator mag lopen. Dit hangt af van uw looppatroon en spierkracht.
Pijn
De artrosepijn is na de operatie verdwenen. U kunt daarna nog wond- en spierpijn hebben. Die pijn neemt geleidelijk af. Bij pijn kunt u de verpleegkundige vragen om extra pijnmedicatie. U krijgt ook pijnmedicatie mee naar huis.
'Startpijn' (pijn bij de eerste stappen na het opstaan) kan nog een tijdje aanhouden. Dit verbetert zonder behandeling. Het betekent niet dat de prothese niet goed functioneert of los zit.
Wond
De wond zit aan de buitenzijde of voorzijde van de heup. Dit hangt af van de operatietechniek die de orthopedisch chirurg met u heeft afgesproken. De wond is onderhuids gehecht met oplosbare hechtingen. Na de operatie krijgt u een pleister die 2 weken kan blijven zitten. Daarna hoeft de wond niet meer bedekt te worden.
Controles
6 weken na de operatie komt u op controle bij de verpleegkundig specialist. U bespreekt dan het verloop van het herstel en u kunt vragen stellen.
Bekijk alle oefeningen voor een nieuwe heup in de video hieronder
Na de operatie blijft u in principe 1 nacht op de verpleegafdeling.
U mag weer fietsen als u geen krukken meer gebruikt en voldoende spierkracht in uw benen heeft. Gebruik bij voorkeur een damesfiets vanwege de lage instap. Het fietsen moet soepel gaan, zonder grote kracht. Oefenen op een hometrainer kan ook helpen.
U mag weer autorijden als u geen krukken en geen pijnmedicatie meer gebruikt die uw reactievermogen beïnvloedt. Voldoende kracht in uw benen is ook belangrijk. Tijdens de eerste controle bespreekt de verpleegkundig specialist dit met u.
De pijn neemt geleidelijk af, ongeveer 2 weken na de operatie. 3 tot 4 maanden na de operatie treedt een duidelijke verbetering op.
In het eerste jaar na de operatie kunt u soms een doffe pijn voelen na lange wandelingen. 'Startpijn' (pijn bij de eerste stappen na het opstaan) kan nog een tijdje aanhouden. Dit verbetert zonder behandeling. Het betekent niet dat de prothese niet goed functioneert of los zit.
U kunt ook last hebben van uw bilspieren. Deze spieren zijn tijdens de operatie opzijgelegd en weer teruggelegd. De pijn neemt af met tijd en training. Vraag uw fysiotherapeut naar oefeningen voor de bilspier.
Als de operatie verloopt zoals verwacht, kunt u thuis herstellen. U mag bewegen met een loophulpmiddel. Mogelijk zijn extra voorzieningen of thuiszorg nodig.
Bent u alleenstaand? Dan heeft u recht op thuiszorg via het project 'snel weer de oude'. Als u niet direct naar huis kunt, kunt u zelf een zorghotel regelen. Hiervoor heeft u geen indicatie nodig. Informeer bij uw zorgverzekeraar over de vergoeding.
Bij complicaties na de operatie vindt opnieuw een beoordeling plaats over de benodigde nazorg.
Na uw opname is fysiotherapie noodzakelijk. Meld u vóór uw opname aan bij een fysiotherapeut bij u in de buurt. Die kan u dan direct na de operatie inplannen. Let op: controleer of uw zorgverzekeraar fysiotherapie vergoedt.
Soms treden er complicaties op. Hier zijn de meest voorkomende:
Infectie van de prothese of het gebied eromheen. Dit uit zich in lekkage, roodheid en/of zwelling van de wond, pijn en koorts. Neem dan contact op met de polikliniek orthopedie of de Spoedeisende Hulp (SEH).
Luxatie. De heupkop schiet uit de kom. Tijdens uw opname krijgt u uitleg over welke bewegingen u moet vermijden.
Nabloeding.
Beenlengteverschil.
Trombose (bloedstolsel). U krijgt in het ziekenhuis en thuis tabletten om trombose te voorkomen.
Zenuwschade. Hierdoor kan een klapvoet ontstaan.
Loslaten van de prothese. Op de lange termijn (15 tot 20 jaar) bestaat er een kans dat een deel van de prothese los gaat zitten. Meestal is dan een hersteloperatie noodzakelijk.
Beide operatietechnieken worden aangeboden in Máxima MC (MMC). De gebruikelijke techniek is de posterolaterale benadering. De arts benadert de heup via een snede aan de achterzijde van het been of de bil en neemt spieren door. Zo heeft de arts goed zicht op de plaatsing van de steel en kom. Patiënten zijn hier over het algemeen tevreden over.
De voorste benadering heeft de laatste jaren aan populariteit gewonnen. De heup wordt benaderd via een snede aan de voorzijde. Spieren worden niet losgemaakt. De plaatsing van de steel en kom is daardoor wat lastiger, maar het herstel gaat in het begin vaak sneller. Ook is het risico dat de heup uit de kom gaat lager.
Niet iedereen komt in aanmerking voor de voorste benadering. De arts bespreekt met u welke techniek bij u past. Na 3 maanden herstel zijn er geen verschillen meer in functie en looppatroon.