Hartritmestoornis

Een hartritmestoornis is een terugkerende verstoring van het hartritme. Het hart slaat dan te snel, te langzaam of onregelmatig. Bij een hartritmestoornis is er iets mis met de vorming van de elektrische prikkel of met de geleiding van die prikkel. Er zijn verschillende afwijkingen:

  • het hart klopt te snel;
  • het hart klopt te langzaam;
  • het hart klopt onregelmatig;
  • de boezems en kamers werken niet goed samen.

Oorzaken

Factoren die hartritmestoornissen kunnen veroorzaken zijn:

  • een hoge leeftijd;
  • een te snel werkende schildklier;
  • een hartinfarct in het verleden;
  • cardiomyopathie (hartspierziekte);
  • hartfalen;
  • een operatie aan het hart;
  • het gebruik van bepaalde middelen zoals tabak, alcohol en drugs;
  • een aangeboren hartafwijking.

Klachten

Klachten die voorkomen bij hartritmestoornissen zijn:

  • hartkloppingen;
  • een pijnlijk of drukkend gevoel op de borst;
  • zweten;
  • misselijkheid;
  • een licht gevoel in het hoofd;
  • een onprettig, angstig of benauwend gevoel.

Onderzoek

Onderzoeken om hartritmestoornissen vast te stellen zijn onder andere:

Hartfilmpje
Bij een hartfilmpje, ook wel ECG, wordt er een grafiek gemaakt van de elektrische activiteit van het hart. Het samentrekken van het hart gebeurt in een goed georganiseerde volgorde: eerst de boezems van het hart, dan de tussenwand en als laatste de hartkamers. Op het hartfilmpje zijn de verschillende fasen van de hartslag te zien.

Inspanningsonderzoek
Dit onderzoek geeft informatie over uw lichamelijke conditie en de oorzaak van een verminderd prestatievermogen.

Holteronderzoek
Een holter is een apparaatje dat gedurende een bepaalde tijd uw hartritme registreert, met het doel eventuele hartritmestoornissen te ontdekken.

Hartritmemonitor
De hartritmemonitor legt de veranderingen in uw hartritme vast op een hartfilmpje (ECG). De hartritmemonitor is een klein apparaatje waarmee uw hartritme over een langere periode 24 uur per dag wordt geregistreerd. Tijdens een eenvoudige ingreep wordt het apparaatje onder de huid op de borst geplaatst. Verwijdering van de hartritmemonitor gebeurt via dezelfde procedure.

Behandeling

De behandeling hangt af van onder andere leeftijd, plaats waar de ritmestoornis ontstaat, oorzaak en de ernst van de stoornis. Mogelijke behandelingen zijn:

Medicijnen
Medicijnen om het hartritme te controleren of verlagen.

Cardioversie
Bestaan de klachten van boezemfibrilleren korter dan 48 uur, dan kan een cardioversie (herstel naar sinusritme) worden verricht. Dit bestaat uit het toedienen van medicijnen via de bloedbaan (chemische of het toedienen van een elektrische schok.

Bestaat het boezemfibrilleren langer dan 48 uur, dan stijgt het risico op stolselvorming. Voorafgaand aan een elektrische cardioversie slikt u minimaal drie weken antistolling. Na de cardioversie slikt u nog minimaal vier weken antistolling.

Bij veel mensen kan met de juiste combinatie en dosering van medicijnen voor ritmecontrole het boezemfibrilleren goed worden behandeld. Er blijft een kans op terugval bestaan.

Pacemaker
Anders dan vaak wordt gedacht is een pacemaker geen goede behandeling voor boezemfibrilleren. Een pacemaker kan bij mensen met een te traag hartritme de hartfrequentie op peil houden. Een pacemaker kan echter het ritme niet veranderen.

Ervaringsverhaal

Lees ook het ervaringsverhaal van Colinda Senders