Kaakstandafwijking

Bij een kaakstandafwijking, zoals een te grote of te kleine onderkaak, kan een kaakstandcorrectie (osteotomie) nodig zijn. Bij deze operatie wordt de kaak in de juiste positie vastgezet.

Kaakstandafwijkingen

Kaakstandafwijkingen worden vaak al op jonge leeftijd ontdekt. Er kan sprake zijn van een onder- of overontwikkeling van het botweefsel en de kaken. Veelvoorkomend is een onderontwikkeling van de onderkaak, met als gevolg een te kleine kin. Naast zichtbaarheid in het uiterlijk komt dan het goed functioneren van het gebit in gevaar. Niet goed sluitende tanden en kiezen kunnen leiden tot tandvleesbeschadiging, verlies van tanden en kiezen en op termijn tot beschadiging van de kaakgewrichten. Ook kan het tot pijnklachten in de kauwspieren leiden. Soms is er sprake van asymmetrische kaken. Kaakstandafwijkingen kunnen ook ontstaan na een kaakbreuk of na ziekte.

Behandeling

Als een beugelbehandeling de kaakstandafwijking niet verhelpt, kan een operatie nodig zijn. Voor de behandeling werken tandarts, orthodontist en kaakchirurg nauw met elkaar samen. Vrijwel alle kaakstandcorrecties zijn met enkele operatietechnieken uit te voeren:

Correctie bij te kleine onderkaak

Om een te kleine onderkaak te verlengen, wordt de onderkaak zo gespleten dat deze als het ware kan uitschuiven. De twee botdelen blijven met schroefjes aan elkaar verbonden en kunnen weer aan elkaar groeien. Er hoeft geen stukje bot tussen gezet te worden.

Correctie bij te grote onderkaak

Een te grote onderkaak wordt naar achteren geplaatst door een verticale botsnede te maken in de onderkaak. Hierna wordt het deel waar het kaakkopje aan vastzit een beetje naar buiten gehouden. De onderkaak wordt naar achteren geplaatst, waardoor de botstukken elkaar gedeeltelijk overlappen. Er wordt dus geen stukje bot weggehaald. Deze methode kan in de mond uitgevoerd worden, waardoor geen litteken achterblijft in het gezicht. De kaakchirurg bevestigt hierna de boven- en onderkaak aan elkaar met staaldraadjes, die hij na zes weken weer verwijdert.

Verplaatsing bovenkaak

De bovenkaak kan in zijn geheel naar voren, omhoog of naar beneden worden verplaatst. Soms is er een tekort aan bot. Dan wordt er een stukje bot uit de onderkaak genomen of uit de bekken. De bovenkaak wordt in de nieuwe positie vastgezet met schroefjes en plaatjes.

Na de behandeling

Na een kaakstandcorrectie verblijft u één tot twee nachten in het ziekenhuis. Napijn kan bestreden worden met pijnstillers. De totale genezing duurt ongeveer zes weken. In die weken mag u niet te hard kauwen of bijten. Meestal wordt hierna de beugelbehandeling hervat. Kaakstandcorrecties kunnen leiden tot ingrijpende gelaatsveranderingen.