Longembolie

Een longembolie is een afsluiting van een longslagader. Dit wordt meestal veroorzaakt door een bloedstolsel (trombus). Het bloedstolsel ontstaat meestal in de bloedvaten van de benen of het bekken. Via de bloedbaan wordt het bloedstolsel meegevoerd naar de longen. In sommige gevallen kan een embolie ook veroorzaakt worden door vet (bij een botbreuk) of lucht (bijvoorbeeld tijdens een operatie aan een bloedvat).

Oorzaak

In de slagaders van de longen kunnen meerdere bloedstolsels zitten. Hierdoor is de doorbloeding van de longen slechter. Als er te weinig of geen bloed komt in het longweefsel, dan sterft het af. Dit noemen we een longinfarct en gebeurt bij 10% van de patiënten. Een longembolie kan een levensbedreigende aandoening zijn.

Wanneer heeft u meer kans op een longembolie?
U loopt meer risico op een longembolie door een bloedprop die ontstaat in de bloedvaten door:

  • toename van leeftijd;
  • lange tijd stilzitten of veel in bed liggen;
  • een operatie die u pas heeft gehad;
  • een breuk in uw been, bekken of heup;
  • kanker;
  • longziekten, zoals COPD en astma;
  • zwangerschap/kraambed;
  • het gebruik van de pil;
  • afwijkende stollingsfactoren in het bloed;
  • chronische hartziekten, zoals boezem(atrium)- en kamer(ventrikel) fibrilleren;
  • beroerte (CVA);
  • overgewicht;
  • roken;
  • hoge bloeddruk.

Symptomen

Een kleine longembolie hoeft niet veel klachten te geven. Is de embolie groter, dan kan men de volgende symptomen verwachten:

  • snel en oppervlakkig ademhalen;
  • benauwdheid;
  • pijn op de borst, vaak vastzittend aan de ademhaling;
  • plots ontstane hoestprikkel, soms met opgeven van sliertjes bloed;
  • verhoogde hartslag;
  • lichte stijging van lichaamstemperatuur.

Onderzoek

Hoe komen we erachter dat u een longembolie heeft? Allereerst heeft u een gesprek met de arts, die u ook lichamelijk zal onderzoeken:

  • Het bepalen van de D-dimeerwaarde in uw bloed. Met deze test worden afbraakproducten van de stolling in het bloed gemeten. Als de waarde verhoogd is, bestaat er een verhoogde kans dat u een longembolie heeft.
  • Een hartfilmpje (ECG). Dit filmpje geeft informatie over de toestand van uw hart en kan aanwijzingen geven dat u misschien een longembolie heeft.
  • Een longfoto (X-thorax). Deze wordt vaak gemaakt om te kijken of u andere ziektes heeft die uw klachten zouden kunnen verklaren, zoals een longontsteking of een klaplong.
  • Een CT-scan van de longen. Als er na de longfoto nog steeds het vermoeden bestaat dat u een longembolie heeft, wordt er een CT-scan van uw longen gemaakt. Via een infuusnaaldje in een bloedvat in uw arm krijgt u contrastvloeistof toegediend. Als er een stolsel in een bloedvat zit, stroomt er minder bloed (contrastvloeistof) naar het gebied daarachter. Vaak is een stolsel ook als een uitsparing op de scan zichtbaar.
  • Soms wordt er in plaats van een CT-scan een perfusiescan van de longen gemaakt. Bij dit onderzoek wordt een radioactief contrastmiddel in uw arm gespoten om de bloedvaten zichtbaar te maken.
  • Om een eventueel trombosebeen aan te tonen wordt er een echo van uw benen gemaakt.

Behandeling

Het doel van de behandeling bij een longembolie is voorkomen dat het bloedstolsel zich uitbreidt of dat er nieuwe stolsels bijkomen. Het bestaande stolsel wordt niet opgelost door de medicatie. Uw lichaam zorgt ervoor dat het bloedstolsel uiteindelijk oplost.

Uw arts start de behandeling met medicijnen die uw bloed verdunnen, zoals:

  • Direct werkende orale anticoagulantia (DOAC’s). DOAC’s zijn tabletten die het samenklonteren van het bloed doen verminderen. Ze remmen de vorming van bloedstolsels en verminderen de kans op afsluiting van een bloedvat. Ze doen dit door remming van een stollingseiwit in het bloed (anticoagulantia betekent antistollingsmiddelen). In de meeste gevallen wordt Rivaroxaban gebruikt. Andere middelen zijn Apixaban, Dabigatran en Edoxaban
  • Dit zijn ook tabletten die het samenklonteren van bloed verminderen. Deze middelen werken iets minder snel, waardoor altijd een combinatiebehandeling plaats moet vinden met snelwerkend heparine. Voorbeelden hiervan zijn Acenocoumarol of Fenprocoumon.
  • Dit zijn injecties die 1x en soms 2x per dag onderhuids gezet moeten worden. Deze middelen werken snel en voorkomen ook het samenklonteren van het bloed. Meestal wordt Fragmin gebruikt.

In zeldzame gevallen kan het nodig zijn medicatie te geven die het stolsel oplossen of kan er een operatie nodig zijn om het bloedstolsel te verwijderen.

In veel gevallen kan een longembolie thuis worden behandeld. U hoeft dus niet perse worden opgenomen in het ziekenhuis. In gevallen waarbij het zuurstofgehalte te laag is in het bloed, wanneer pijnklachten onvoldoende onder controle zijn, wanneer de bloeddruk te laag is of wanneer er een andere reden is waarom u niet naar huis zou kunnen, wordt u opgenomen in het ziekenhuis. Een opname duurt dan meestal enkele dagen.

Voor een informatief filmpje over longembolie kunt u op deze link klikken.