Amputatie van een ledemaat

Amputatie houdt in dat er een lichaamsdeel afgezet wordt. Dit kan een teen of vinger, maar ook een voet, been of arm zijn. Deze operatie kan levensreddend zijn, maar is ook een zeer ingrijpende gebeurtenis.

Oorzaak

De reden dat een arts een amputatie adviseert, kan verschillend zijn. Meestal is weefsel zo erg beschadigd of afgestorven, dat het ernstige gevolgen heeft om het lichaamsdeel niet te amputeren. Vaak zijn vaatproblemen, die niet meer met een bloedvatoperatie verholpen kunnen worden, een reden voor amputatie. Maar ook ondraaglijke pijnklachten, veroorzaakt door ernstige zenuw- of vaatschade, kunnen een aanleiding voor amputatie zijn. Pas na zeer zorgvuldig afwegen stelt de arts een dergelijke operatie aan u voor.

Onderzoek

In overleg met de revalidatiearts en kijkend naar de hoeveelheid weefselschade bespreekt de arts met u tot waar het ledemaat geamputeerd wordt. Dit wordt ook wel het amputatieniveau genoemd. Soms is niet de hoeveelheid weefselschade bepalend voor het amputatieniveau, maar de plaats waar een prothese het beste aangebracht kan worden.

Behandeling

Tijdens een operatie verwijdert de arts het betreffende ledemaat. Daarna wordt de wond gesloten. Bij een groot risico op infecties kiest de arts er weleens voor de wond pas na een paar dagen te sluiten, zodat de infectie niet ingesloten zit.

Na de behandeling

Stompverband
Na de operatie wordt de amputatiestomp verbonden met een zogenaamd stompverband. Dit wordt stevig aangebracht, zodat de stomp de juiste vorm krijgt voor een eventuele prothese.

Revalidatie
De periode na de operatie is gericht op herstel van de wond en revalidatie. De revalidatiearts bekijkt welke revalidatie- en prothesevoorziening er in uw nieuwe situatie mogelijk is. Daarnaast krijgt u van de fysiotherapeut oefentherapie. Afhankelijk van de situatie is het mogelijk dat na ontslag uit het ziekenhuis de revalidatie wordt voortgezet in een verzorgings- of verpleegtehuis of een revalidatiecentrum. Wanneer speciale thuishulp (gezinszorg of wijkverpleging) nodig is, wordt dit vanuit het ziekenhuis geregeld.

Fantoompijn
Een bijzonder en soms hinderlijk verschijnsel na een amputatie is fantoompijn. Het voelt dan alsof uw geamputeerde lichaamsdeel er nog is: een vreemd en/of pijnlijk gevoel. Dit komt doordat de doorgesneden zenuwen prikkels blijven doorgeven naar de hersenen. Met injecties of medicijnen is fantoompijn te bestrijden.

Lotgenotencontact

Wanneer u een prothese gaat gebruiken, heeft u wellicht behoefte aan meer informatie en lotgenotencontact. Daarvoor kunt u terecht bij Stichting Landelijke Werkgroep van Beenprothesegebruikers in Almere, tel. 036 – 5376576.

Traumatologie

Deze aandoening wordt behandeld door een traumatoloog: een chirurg of een orthopeed, gespecialiseerd in de behandeling van letsel na een ongeval. Het specialisme traumatologie wordt daarom ook wel ongevalchirurgie genoemd. Vaak is er sprake van meerdere, complexe problemen. Dit maakt een goede samenwerking tussen verschillende disciplines in het ziekenhuis belangrijk. In Máxima Medisch Centrum werken chirurgen, orthopeden, gipsmeesters, revalidatieartsen, radiologen, anesthesisten en SEH-artsen nauw samen.
Máxima Medisch Centrum heeft het predicaat Traumacentrum level 2. Dit houdt in dat patiënten met zwaardere en/of complexere verwondingen naar ons ziekenhuis worden gebracht.