Lui oog

Een lui oog ontstaat als een oog zich in de vroege kinderjaren niet normaal heeft ontwikkeld. Wanneer één oog zich goed ontwikkelt en het andere niet, wordt het oog met de slechtere scherpte het luie oog genoemd. De afwijking komt vrij vaak voor.

Symptomen

Bekende verschijnselen bij een lui oog zijn:

  • Verminderd zicht, meestal aan één oog;
  • Soms moeilijk diepte kunnen zien;
  • Soms loensen of scheel kijken.

Het is niet altijd te merken dat iemand een lui oog heeft. Het goede oog vangt het slechte gezichtsvermogen namelijk op. Meestal is slechts één van de twee ogen lui, heel zelden komt de aandoening ook dubbelzijdig voor.

Oorzaak

Een lui oog kan verschillende oorzaken hebben. Er zijn drie hoofdoorzaken te onderscheiden:

  • Scheelzien
    Het beeld van het schele oog wordt in de hersenen uitgeschakeld om dubbelzien te voorkomen. Door het niet gebruiken van dat oog, kan het zien zich niet goed ontwikkelen en wordt het lui.
  • Brilafwijking van het oog
    Bij een brilafwijking van het oog ziet u niet scherp. Dit onscherpe beeld wordt in de hersenen min of meer verdrongen. Meestal is er van buiten niets aan het oog te zien, waardoor deze vorm van een lui oog moeilijk op te sporen is.
  • Vertroebeling
    Bij vertroebeling in delen van het oog die normaal gesproken helder zijn, kan een lui oog ontstaan. Dit is bijvoorbeeld het geval bij staar.

Onderzoek

De stand en bewegingen van het oog, de samenwerking tussen beide ogen, de gezichtsscherpte en de brilsterkte worden getest tijdens een orthoptisch onderzoek.

Behandeling

Hoe eerder een lui oog bij een kind behandeld wordt, hoe groter de kans is op twee ogen die goed samenwerken en scherp zien. Er zijn twee behandelingsmogelijkheden:

  • Afplakken van het goede oog
    Er wordt een pleister op het goede oog geplakt. Het luie oog wordt dan gedwongen om zelf te gaan kijken. Hierdoor leert het oog beter te zien. Hoe lang het oog per dag afgeplakt moet worden, verschilt van enkele uren tot de hele dag. Als het afplakken niet lukt, is er een mogelijkheid om oogdruppels te gebruiken. Deze werken alleen als het luie oog minimaal vijftig procent ziet.
  • Dragen van een bril
    Bij een duidelijke sterkteafwijking adviseert de orthoptist een bril. Om te voorkomen dat het oog alsnog of opnieuw lui wordt, moet de bril enkele jaren gedragen worden. Bij scheelzien is er eventueel een oogspieroperatie nodig om de ogen recht te zetten.

Orthoptie

Onze vier orthoptisten richten zich op een goede samenwerking tussen de ogen en de ontwikkeling van het zien. Ogen die goed samenwerken zijn de basis voor een rechte oogstand. Door een rechte oogstand kan de gezichtsscherpte (het vermogen om scherp te zien) van elk afzonderlijk oog zich zo goed mogelijk ontwikkelen. Orthoptie is dus, kort samengevat, de leer van het ‘goed’ of ‘recht’ zien. De vier orthoptisten van MMC onderzoeken, diagnosticeren en behandelen klachten op het gebied van scheelzien, een lui oog, dubbelzien, oogbewegingsstoornissen, nystagmus, specifieke hoofdpijnklachten en leesklachten.

 

Voor verdere informatie kunt u kijken op www. orthoptisten.info

Wil je iets weten over een lui oog, kijk dan naar de kinderuitleg.