Conisatie

Een conisatie is een kleine ingreep waarbij een kegelvormig stukje van de baarmoeder wordt weggehaald. De arts verwijdert een kegelvormig stukje van de baarmoederhals wanneer blijkt dat uw uitstrijkje afwijkt of wanneer blijkt dat u een voorstadium van baarmoederhalskanker heeft. De baarmoeder blijft intact.

Behandeling

De gynaecoloog neemt met een mesje een kegelvormig stukje van de baarmoeder weg. Deze ingreep vindt over het algemeen plaats onder narcose of soms met een ruggenprik. De ingreep gebeurt via de schede. U krijgt dus geen litteken op uw buik. De operatie duurt kort en door de narcose of ruggenprik voelt u niets van de ingreep. De behandeling kan niet doorgaan als u ongesteld bent.

Risico’s

Op korte termijn zijn er nauwelijks complicaties van de behandeling van de baarmoederhals. U blijft gewoon menstrueren. Over het algemeen zijn er geen problemen met zwanger worden, met de zwangerschap zelf of tijdens de bevalling.

Na de operatie

Na de conisatie brengt de gynaecoloog soms een tampon in de schede. Deze tampon bestaat meestal uit een lang gaaslint. De urinebuis kan hierdoor een beetje dichtgedrukt worden, waardoor het plassen moeilijk kan zijn. Soms brengt men daarom een urinekatheter in de blaas. Deze wordt verwijderd nadat de tampon door de verpleegkundige uit de schede is gehaald.

Opnameduur

U mag meestal dezelfde dag weer naar huis.

Weer thuis

Houd na de operatie een week rust. Doe in die periode ook geen huishoudelijk werk.
Tot ongeveer twee tot drie weken na de operatie kun u last hebben van bloederige afscheiding. Dit komt door de vorming van nieuw weefsel.

Folder

Conisatie