Beenlengteverschil

Bij sommige kinderen is er sprake van een verschil in lengte van de benen. Omdat dit gevolgen kan hebben voor onder andere de bekken, rug, schouders, nek en voeten, wordt deze aandoening meestal operatief behandeld.

Oorzaak

Het beenlengteverschil kan verschillende oorzaken hebben, zoals een groeistoornis, een botbreuk of O-benen. Soms is het lengteverschil aangeboren.

Behandeling

De arts bespreekt met u welke behandeling het beste bij uw kind past.

Externe fixateur
Om een afwijkende stand te corrigeren of een bot te verlengen, kan een metalen constructie, ofwel externe fixateur, gebruikt worden. De constructie houdt de botdelen in de gewenste stand. Bij deze chirurgische ingreep worden er een aantal metalen pennen door de huid in het bot geplaatst. Verbindingsstaafjes koppelen deze pennen aan elkaar. Vervolgens wordt het bot in de juiste stand gebracht en wordt de constructie vastgedraaid. Het verschilt per situatie hoe lang deze constructie moet blijven zitten.

Standcorrectie door flextack implantaat
Bij verschil van beenlengte worden de groeischijven aan zowel de binnenkant als de buitenkant vast gezet, zodat alleen het andere been doorgroeit. Op deze manier kan het verschil van beenlengte verkleind worden. Tijdens de operatie wordt aan één kant de groeischijf met een tijdelijk implantaat, de zogeheten flextack, vastgezet. Bij een O-been wordt het implantaat aan de buitenkant van de groeischijf vastgezet, bij een X-been wordt het implantaat aan de binnenkant van de groeischijf vastgezet.

Bij verschil van beenlengte worden de groeischijven aan zowel de binnenkant als de buitenkant vast gezet, zodat alleen het andere been doorgroeit. Op deze manier kan het verschil van beenlengte verkleind worden. De implantaten worden na een aantal maanden, afhankelijk van de groei, weer verwijderd.