Bloedneus

Een neusbloeding is een vervelende aandoening. Ook al is het een geringe bloeding, toch lijkt het vaak een enorme hoeveelheid. Het gaat meestal om een aderlijke bloeding van een klein bloedvaatje in het neusslijmvlies. Een neusbloeding is bijna altijd onschuldig.

Meestal is een neusbloeding niet erg en gaat deze vanzelf, of met behulp van eenvoudige maatregelen, over. Wanneer neusbloedingen regelmatig voorkomen of een neusbloeding niet gestopt kan worden, kan de huisarts u doorverwijzen naar een KNO-arts.

Oorzaken

De meeste neusbloedingen ontstaan zonder duidelijke oorzaak, in sommige van de gevallen zijn er één of meerdere oorzaken aan te wijzen:

  • De lucht die door de neus stroomt, droogt het neusslijmvlies uit en veroorzaakt irritatie, waardoor er zich korsten vormen. Als deze korsten vervolgens losraken  (doordat eraan wordt gekrabd of gepeuterd of doordat de neus hard wordt gesnoten) kan het onderliggende slijmvlies beschadigd raken en gaan bloeden.
  • ‘s Winters, als er veel mensen verkouden zijn, komen neusbloedingen vaker voor.
  • Door een ongeluk van de neus door een klap of stoot
  • Beschadiging van het neusslijmvlies
  • Verhoogde bloeddruk
  • Gebruik van bloedverdunners
  • Chemische stoffen die het neusslijmvlies irriteren
  • In enkele gevallen door een misvorming in de neus (bijvoorbeeld gat in het neustussenschot)

Onderzoek

Wanneer u bij de KNO-arts komt,  zal die eerst proberen het gemakkelijk bloedende, oppervlakkig liggende bloedvaatje te vinden. Naar aanleiding van dit onderzoek, dat pijnloos verloopt, wordt besloten hoe het bloedende vaatje het beste kan worden behandeld.

Vanbinnen is de neus gevoelig en soms nauw, daarom moet het slijmvlies van de neus eerst worden verdoofd en geslonken. De verdoving en het slinken worden meestal gedaan met watjes, die gedrenkt zijn in een verdovende vloeistof (lidocaïne, tetracaïne) en een slijmvlies slinkende vloeistof (xylometazoline). Al het slijmvlies dat met de verdovingsvloeistof in aanraking komt, raakt verdoofd.

Het inbrengen van de watjes door de KNO-arts doet geen pijn, maar kan een kriebelig, vreemd gevoel en een vieze smaak geven. Soms loopt de verdovingsvloeistof via de neus in de keel, zodat ook de keel enigszins verdoofd wordt. U kunt normaal blijven slikken en ademen; de keel voelt alleen dik aan, maar is niet werkelijk gezwollen. Vaak zijn ook de boventanden en het gehemelte een tijdje gevoelloos. Het aanbrengen van de verdoving neemt een paar seconden in beslag.

Met de inwerkende verdoving neemt u meestal (indien de ernst van de bloeding dat toestaat) weer plaats in de wachtkamer. Het ademen door de neus is soms dan even niet meer mogelijk.

Na 20-45 minuten wordt u weer in de spreekkamer geroepen en worden de watjes uit de verdoofde neus gehaald. Grondige inspectie (eventueel met een dun kijkbuisje) en behandeling kunnen nu pas goed plaatsvinden. Dit kan door dichtet­sen, dichtbranden of door een neustampon (tamponneren) gebeuren. De verdoving is na ongeveer één uur uitgewerkt. Tot die tijd moet u voorzichtig zijn met eten en drinken, omdat u zich gemakkelijk kunt verslikken.

Behandeling

Thuis kunt u de neus leegsnuiten, direct daarna 10 minuten de neusdichtknijpen in licht voorovergebogen houding. Niet boven op de neusrug drukken  maar beide neusvleugels naar elkaar toeknijpen. Als dat niet helpt of wanneer zich herhaalde bloedingen voordoen bestaan de volgende behandelingen:

Dichtetsen

Na verdoving van het slijmvlies kunnen met behulp van een etsende vloeistof (bijvoorbeeld trichloorazijnzuur) oppervlakkig gelegen bloedvaatjes vóór op het neustussenschot worden dicht geëtst. Er wordt vaak één kant  geëtst, omdat de bloedvoorziening van het neustussenschot te sparen.

Dichtbranden

Bij jonge kinderen is voor deze behandeling  een kortdurende lichte narcose nodig. Bij volwassenen is lokale verdoving mogelijk. Na verdoving van het slijmvlies van de neus kan met behulp van een klein ‘soldeerboutje’ een enkel bloedend bloedvaatje worden dicht gebrand (coaguleren).

Tamponneren

Soms is het noodzakelijk om de bloeding te stoppen door het inbrengen van een zogenaamde neustampon, bijvoorbeeld wanneer de plaats van de bloeding niet exact is vast te stellen en dichtbranden dus niet mogelijk is. Dit heet het tamponneren van de neus en gebeurt heel voorzichtig en precies. Een neustampon moet meestal door een (KNO-)arts uit de neus worden verwijderd na 24-72 uur.

Bij hevige bloeding, met name wanneer deze achter in de neus is gelokaliseerd, wordt soms besloten tot opname in het ziekenhuis.

Wanneer u na de behandeling naar huis gaat wordt krijgt u een aantal adviezen; deze zogenaamde leefregels kunt u terugvinden in onze folder.

Folder

Neusbloeding

 

Bron: de informatie op deze pagina is deels afkomstig van kno.nl