Hernia

Hernia is een aandoening van de rug waarbij de tussenwervelschijf uitstulpt. Hierbij kunnen zenuwen bekneld raken, waarbij ernstige pijn kan ontstaan, of zelfs uitval van de zenuw, resulterend in spierfunctieverlies. Bijvoorbeeld het onvermogen de voet naar de scheen toe te trekken of een ‘doof’ gevoel. De pijn kan mild zijn, maar ook zo ernstig dat de patiënt zich slechts op handen en voeten kan voortbewegen.

Hernia nuclei pulposi houdt in dat er een tussenwervelschijf in de wervelkolom is beschadigd. Deze tussenwervelschijf heeft een zachte kern. Daaromheen zit een vezelring. Wanneer er in de vezelring een breuk ontstaat, wordt een deel van de zachte kern van de tussenwervelschijf naar buiten gedrukt. Als die uitpuilende kern tegen een zenuw drukt, krijgt u pijnklachten en spreekt men van een hernia nuclei pulposi (HNP).

Klachten

Klachten bij een hernia kunnen zijn:

  • een uitstralende pijn in de bil en het been (soms tot in de voet);
  • gevoelsstoornissen in de bil, het been en/of de voet ;
  • krachtverlies in de bil, het been en/of de voet;
  • rugpijn in de onderrug en/of een scheefstand van de rug door verkramping van de lage rugspieren;
  • incontinentie.

Behandeling

De meeste gevallen van hernia worden, net als de meeste andere soorten lage rugpijn, vanzelf beter door het laten verstrijken van tijd. Rust en/of fysiotherapie kunnen ook helpen. Geeft dit onvoldoende verbetering, of zijn de pijnklachten hevig, dan kan een pijnbehandeling uitgevoerd worden. Wanneer er sprake is van ernstige, recent ontstane verlammingsverschijnselen of zeer hevige pijnklachten, dan wordt u meestal op korte termijn geopereerd via de afdeling neurologie.

Gevolgen van een hernia operatie
Het weefsel dat door de hernia tegen de zenuw aandrukte is verwijderd. Hierdoor herstelt de zenuw waardoor pijn en klachten verminderen. De ruimte tussen de twee wervels wordt kleiner, doordat de tussenwervelschijf platter is geworden. Maar er is nog genoeg ruimte over voor het uittreden van de zenuw. Door deze verkleining van de tussenwervelschijfruimte gaat het gewrichtskapsel dat op de wervelgewrichten zit minder strak staan. Ook de kleine spieren tussen de wervels staan minder strak. De spiercontrole in de rug is hierdoor verminderd. Belangrijk is om de rug na de operatie te trainen om nieuwe irritatie van de zenuw in de rug te voorkomen. Om een sterke rug op te bouwen is intensieve training nodig.

Lumbale laminectomie

Laminectomie is het verwijderen van een of meerdere wervelbogen om ruimte te creëren voor de zenuwwortel. Lumbaal verwijst naar de lendenwervels (onderrug). De wervelboog wordt verwijderd wanneer het wervelkanaal vernauwd is door artrose (kalkafzetting) van de wervels. Dit wordt kanaalstenose genoemd.

Klachten bij een lumbale laminectomie kunnen zijn:

  • een uitstralende pijn in de bil en het been (soms tot in de voet)
  • gevoelsstoornissen in de bil, het been en/of de voet
  • krachtsverlies in de bil, het been en/of de voet
  • rugpijn in de onderrug

Tijdens de ingreep worden de lange rugspieren opzij geschoven en de wervelboog wordt gedeeltelijk of geheel weggehaald. Ook de dikker geworden bindweefselbanden worden weggenomen met overtollig weefsel dat het wervelkanaal vernauwt. Vervolgens wordt de wond gesloten met (meestal) oplosbare hechtingen. Soms wordt er een slangetje bij de wond aangebracht, waardoor het wondvocht kan weglopen (wonddrain). De operatie duurt ongeveer 45 tot 60 minuten.

Caudasyndroom

Bij het caudasyndroom ontstaat er druk op meerdere zenuwwortels onderaan in de rug als gevolg van de hernia of wervelkanaalstenose. Ook de zenuwen naar de blaas worden hierbij samengedrukt. Deze zenuwen zijn erg gevoelig voor druk, waardoor bij niet ingrijpen blijvende schade ontstaat. Bij deze complicatie kan een spoedoperatie nodig zijn.

Hernia poli

Voor mensen met rugpijn in combinatie met uitstralende klachten in het been is er een speciale polikliniek. Op woensdagochtend op locatie Eindhoven en op maandagochtend op locatie Veldhoven. Een afspraak op deze poli kan alleen met een speciale verwijzing naar vanuit de huisarts. Enkele dagen van te voren wordt dan een MRI-scan van de rug gemaakt en deze wordt, samen met uw klachten en de bevindingen bij het neurologisch lichamelijk onderzoek, met u besproken. U heeft dezelfde dag een behandelplan.