Artrose

Artrose is een gewrichtsziekte, waarbij het kraakbeen beschadigd is. Hierdoor kan het gewricht de schokken van een beweging minder goed opvangen. Als gevolg hiervan kunnen er pijnklachten en zwelling ontstaan.

Artrose komt vaak voor in het heup- en kniegewricht en is een chronische aandoening die geleidelijk erger wordt.

Symptomen

  • Pijn en stijfheid zijn de meest voorkomende symptomen. Bij het opstaan of op gang komen is er pijn. Dit wordt startpijn genoemd. Lopen, traplopen en bukken wordt vaak steeds moeilijker.
  • Het gewricht kan kraken.
  • Er ontstaat zwelling en het gewricht kan warm aanvoelen.
  • Door beschadiging van het kraakbeen bewegen de botuiteinden minder soepel. Hierdoor komt er meer kracht op de botten onder het kraakbeen te staan. Het bot probeert deze grotere belasting op te vangen door wat breder te worden. Aan de rand van het bot kunnen zichtbare uitsteeksels ontstaan. In een vergevorderd stadium kan de stand van de botten veranderen. Een voorbeeld daarvan zijn knieën die meer naar binnen staan (X-benen) of juist naar buiten (O-benen).

Oorzaak

Er is nog veel onduidelijkheid over hoe artrose precies ontstaat. Vaak is er sprake van meerdere factoren die een rol spelen. Bepaalde risicofactoren vergroten de kans op artrose:

  • Hogere leeftijd. De kraakbeenlaag op het gewricht slijt langzaam.
  • Overbelasting van het kraakbeen, bijvoorbeeld door topsport of overgewicht.
  • Vrouwen hebben twee keer zo vaak artrose als mannen.
  • Gewrichtsbeschadiging in het verleden, bijvoorbeeld een botbreuk.

Onderzoek

Meestal zijn lichamelijk onderzoek en röntgenfoto’s voldoende om de diagnose artrose te stellen. Soms houdt de arts aanvullend onderzoek, zoals bloedonderzoek of een marcaïnisatie-injectie (zie behandeling).

Behandeling

Afhankelijk van de ernst van de klachten wordt een behandeling gekozen.

Advies over pijnbestrijding
Artrosepatiënten bij wie (nog) geen operatie nodig is, kunnen terecht op ons artrosespreekuur. Hier krijgt u informatie over artrose en de behandelingsmogelijkheden. Zo nodig wordt medicatie voorgeschreven om pijn, stijfheid en ontstekingen te remmen. Mogelijk verwijst de specialist u door naar een fysiotherapeut, podotherapeut, ergotherapeut of diëtist. Zij kunnen u advies geven over beweging en afvallen en uw loop- en bewegingspatroon helpen verbeteren. Ook kan het zijn dat u een hulpmiddel, zoals een rollator of stok, wordt aangeraden. Met kleine aanpassingen moeten de belasting van het pijnlijke gewricht, en daarmee de klachten, verminderen.

Injectie met hyaluronzuur
Hyaluronzuur is een lichaamseigen stof die zorgt voor soepelheid van het kraakbeen. Bij artrosepatiënten is deze stof onvoldoende aanwezig. Voor patiënten met matige artrose kan een injectie met hyaluronzuur een goede pijnstiller zijn en de functie van het aangedane gewricht verbeteren. De injectie wordt na een aantal weken herhaald.

Marcaïnisatie-injectie
Deze injectie, bestaande uit een verdovingsmiddel en corticosteroïden, is in veel gevallen een onderzoek en behandeling ineen. Door de injectie wordt het pijnlijke gewricht tijdelijk verdoofd. Op deze manier kan getest worden of de pijnklachten minder worden of verdwijnen. Hiermee wordt dus onderzocht of het gewricht de oorzaak is van de klachten. Tegelijkertijd kunnen de corticosteroïden de pijn langdurig, of soms zelfs definitief, onderdrukken.
Wanneer uw klachten van blijvende aard zijn of toenemen, wordt u doorverwezen naar een orthopeed. De orthopedisch chirurg bespreekt met u de mogelijkheden voor een operatie.

Operatie
Er zijn verschillende operaties mogelijk:

  • Osteotomie: een standscorrectie van het been. Dit kan een uitkomst zijn bij O- of X-benen. De stand van het been wordt door de operatie veranderd, waardoor het gewricht anders belast wordt en de artroseklachten verminderen.
  • Gewrichtsvervangende operatie. Het gewricht, bijvoorbeeld de heup, wordt vervangen voor een kunstgewricht (een kunstheup).

Folders

Artrose in heup of kniegewricht