Liespijn na eerdere chirurgie

Soms houden patiënten chronische liespijn over aan een eerdere operatie, bijvoorbeeld na een keizersnede of een liesbreukoperatie. In veel gevallen is er sprake van een beknelling of beschadiging van één van de drie lieszenuwen.

Uit door ons uitgevoerd onderzoek blijkt dat liespijn na een liesbreukoperatie of keizersnede vaak voorkomt: respectievelijk bij mannen tot 11 procent en bij vrouwen tot 7 procent. In meer dan de helft van de gevallen gaat het om een beknelling of beschadiging van één van de drie lieszenuwen: de nervus iliohypogastrica, de nervus ilioinguinalis en de nervus genitofemoralis.

Symptomen

Een beknelde zenuw geeft klachten als:

  • Een brandende, soms stekende pijn in de liesstreek, die kan uitstralen naar de binnenzijde van het bovenbeen of voorzijde van het been, de schaamstreek en soms de rug.
  • De pijn kan zomaar opsteken, maar kan ook constant aanwezig zijn met af en toe heftige, soms misselijkmakende scheuten (bijvoorbeeld bij verandering van houding, niezen of hoesten).
  • Sommigen kunnen niet goed slapen op de zij waar de pijn zich bevindt.
  • De huid voelt dof of minder gevoelig aan. Het aanraken van de huid kan vervelend zijn.
  • De pijn heeft invloed op het seksleven. Soms is een zaadlozing bij mannen of voor beide seksen een orgasme extra pijnlijk. Die pijn kan na het vrijen soms wel een half uur aanhouden.
  • In het littekengebied bevindt zich meestal een extreem pijnlijk punt, dat bij drukken de pijn kan opwekken.

Oorzaak

Na een liesbreukoperatie

De pijn die ontstaat na een eerdere liesbreukoperatie komt meestal door een lieszenuw, die vastzit in het geplaatste kunststofmatje, de hechtingen of het littekenweefsel. Soms is niet een zenuwbeknelling het probleem, maar drukt de kunststofmat op de omliggende weefsels of is er opnieuw een liesbreuk ontstaan.

Na een keizersnede

Liespijn kan ontstaan bij vrouwen die een dwarskeizersnedelitteken hebben. De zenuw die in de hoek van dit litteken loopt (bij de lies), raakt in de loop van de tijd bekneld, waardoor er pijn in de lies ontstaat.

Onderzoek

De arts voert lichamelijk onderzoek uit. Hij kijkt de lies en geslachtsorganen na op littekens. Daarna wordt de huid getest op gevoelskwaliteiten, met een wattenstaafje en koud gaasje. Ook wordt gezocht naar een triggerpunt: het maximale pijnpunt. Indien dit gevonden wordt, is het nuttig, mede om de diagnose te bevestigen, om een injectie met verdoving te plaatsen in de buurt van het pijnpunt in de liesstreek. Als na tien tot vijftien minuten de pijn afneemt, weet de arts dat het waarschijnlijk afkomstig is van een lieszenuw. De injectie is tegelijkertijd een behandelingsmethode. Uiteraard wordt bij het lichamelijke onderzoek gekeken naar eventuele andere oorzaken van de pijn, zoals een nieuwe liesbreuk.

Behandeling

De liespijn kan op meerdere manieren worden behandeld:

  • Injectie
    Als er sprake is van een beknelde zenuw die de voortdurende bron van pijn is, kan de arts proberen deze uit te schakelen met een injectie. De injectie wordtin de buurt van de beknelde zenuw gespoten en bestaat uit een verdovingsmiddel, een bind- en littekenweefsel oplossend middel en corticosteroïden (hormonen).
  • Operatie
    Als injecties niet helpen, wordt de beknelde zenuw tijdens een operatie vrijgemaakt uit het littekenweefsel, de hechtingen of de kunststofmat.
  • Medicijnen
    Patiënten bij wie een operatie of injecties niet helpen, krijgen soms medicijnen voorgeschreven. Het betreft dan specifieke pijnstillers, bedoeld voor pijn die wordt veroorzaakt door beschadiging van de zenuwen. Voorbeelden daarvan zijn: Lyrica en Tryptizol.
  • Alternatieve behandeling
    In enkele gevallen gaat de arts met u in overleg over een andere vorm van pijnbestrijding, zoals Pulsed RadioFrequency (PRF) of transcutane elektrische zenuwstimulatie (TENS).

Resultaten van de behandeling

De resultaten van de injecties variëren. Bij zo’n tien tot twaalf procent van onze patiënten blijft de pijn langdurig weg na een injectie met alleen een verdovingsmiddel. Aanvullende injecties met corticosteroïden gaven bij nog eens tien tot vijftien procent extra pijnverlichting. Bij een operatie zijn de resultaten als volgt:

  • Bij patiënten met een liesbreuk (met kunststofmat): bij 50 tot 55 procent is het resultaat uitstekend tot goed, bij 25 procent redelijk en bij 20 tot 25 procent slecht(er).
  • Bij patiënten met een keizersnedelitteken: bij 70 tot 75 procent is het resultaat uitstekend tot goed, bij 15 procent redelijk en bij 10 tot 15 procent slecht(er).