Incontinentie

Bij incontinentie is er sprake van het niet goed kunnen ophouden van urine. Dit kan optreden bij sporten, lachen, hoesten, de fiets afstappen of juist bij aandrang.

Een vervelende plasklacht die de kwaliteit van leven beïnvloedt. Uit schaamte blijven veel mensen rondlopen met deze klachten. Dat hoeft niet, want er zijn veel behandelmethoden: van bekkenfysiotherapie, medicatie, en een operatie tot het veranderen van uw gewoonten.

Oorzaak

Incontinentie is een veel voorkomende klacht en kan verschillende oorzaken hebben:

  • Doorgemaakte zwangerschappen en bevallingen
  • Een verzakking
  • Slechte bekkenbodemfunctie

Soorten incontinentie

Er zijn verschillende soorten urineverlies. De vier meest voorkomende zijn:

  • Stressincontinentie
    Stressincontinentie (inspanningsincontinentie) is onwillekeurig urineverlies tijdens hoesten, niezen, lachen en plotselinge houdingsveranderingen. Het urineverlies wordt meestal veroorzaakt door een verslapping van de sluitspier van de blaas en onvoldoende steun aan de plasbuis. Dit is de meest voorkomende vorm van urineverlies bij vrouwen, ongeacht de leeftijd.
  • Aandrangincontinentie
    Bij aandrangincontinentie is de aandrang tot plassen niet te onderdrukken. De aandrang komt ineens opzetten en doordat deze niet te onderdrukken is, moet men heel vaak plassen en treedt urineverlies op. Ook ’s nachts kan men vaak wakker worden met een hinderlijke aandrang tot plassen.
  • Gemengde incontinentie
    Bij gemengde incontinentie zijn zowel symptomen van inspannings- als aandrangincontinentie. Voor de behandeling is het belangrijk te onderzoeken welke vorm het meeste ongemak oplevert.
  • Overloopincontinentie
    Overloopincontinentie treedt op wanneer de blaas niet volledig wordt geleegd. Oorzaken hiervan zijn een overactieve bekkenbodem, slecht functionerende zenuwen, een blokkade in de urinebuis die de uitstroom van urine tegenhoudt of een slappe urineblaas.

Onderzoek

Als de blaas niet meer goed functioneert, kan dat meerdere oorzaken hebben. De oorzaak kan de blaas zelf zijn, de bekkenbodem of de zenuwen die niet goed doorgeven wanneer de blaas vol of leeg is. Tijdens uw bezoek aan Bekkenzorg Máxima wordt er zorgvuldig gekeken naar uw klacht en zonodig aanvullend onderzoek uitgevoerd, om al tijdens het eerste bezoek een behandelplan voor u op te kunnen stellen.

Plasdagboek
U wordt gevraagd om een plaslijst in te vullen. U houdt dan bij hoeveel u drinkt, hoe vaak u plast en de hoeveelheid urine die u hierbij produceert, en ook hoe vaak u ongewild urine verliest.

Flowmetrie
Bij flowmetrie wordt u gevraagd om uit te plassen in een flowtoilet. Dit is een apparaat dat de kracht van de urinestraal meet. Aan de hand van deze meting kunnen we zien of er eventueel een blaasontledingsstoornis is.

Urineonderzoek
Urineonderzoek om een blaasontsteking uit te sluiten.

Gynaecologisch onderzoek
Bij vrouwen wordt ook standaard een gynaecologisch onderzoek en echo verricht om te kijken of er sprake is van een verzakking of dat er afwijkingen aan de baarmoeder en eierstokken zijn.

Cystoscopie
Een cystoscopie is een inwendig onderzoek waarbij de uroloog in uw blaas en plasbuis kijkt met een dunne camera (cystoscoop). Cystoscopie kan worden verricht om een diagnose te stellen of de oorzaak van symptomen te vinden zoals bloed in de urine, frequente blaasontstekingen, pijn in de blaas, plasbuis of tijdens het plassen.

Blaasonderzoek
Soms is aanvullend blaasonderzoek nodig om te laten zien hoe uw blaas functioneert. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden die uw blaas heeft om urine op te slaan en te laten passeren. Bij hoesten of uitplassen krijgt de specialist informatie over de blaasspier, de werking van de bekkenbodem en de mate van urineverlies.

Behandeling

Bekkenfysiotherapie
Als blijkt dat u uw bekkenbodemspieren niet op de juiste manier functioneren, kan bekkenfysiotherapie een uitkomst bieden. Bekkenzorg Máxima werkt nauw samen met gespecialiseerde bekkenfysiotherapeuten in de regio. Deze therapeuten leren u de spieren rond het bekken te (her)kennen en te gebruiken. Het doel is om van de bekkenbodem en de omliggende spieren (weer) een samenwerkend geheel te maken.

Zenuwstimulatie
Stimulatie van de zenuwen die naar de blaas gaan. Wanneer bepaalde zenuwen worden gestimuleerd, trekt de blaas minder vaak samen. Er zijn verschillende manieren van zenuwstimulatie:

  • Bij percutaneous tibial nerve stimulation (PTNS) wordt een zenuw bij uw enkel gestimuleerd om ongewenste signalen naar de blaas, endeldarm en de sluitspieren te blokkeren. Dit heeft een gunstig effect op de zenuwen die naar de bekkenorganen lopen. De behandeling wordt poliklinisch uitgevoerd, eenmaal per week gedurende 30 minuten. Een volledige behandeling omvat 12 behandelingen gedurende 12 opeenvolgende weken.
  • Bij sacrale neuromodulatie (SNS) krijgt u een soort pacemaker in uw onderrug. Hierbij worden via elektrodedraadjes zwakke stroomsignalen afgegeven aan de zenuwen die vanuit het heiligbeen naar de bekkenorganen lopen. Zo worden verkeerde signalen naar de bekkenorganen geblokkeerd. Als een proefbehandeling heeft aangetoond dat deze methode voor u werkt, wordt onder de huid de neurostimulator ingebracht die de stroomsignalen produceert. Komt u voor deze behandeling in aanmerking, dan wordt u verwezen naar het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, waar expertise is op dit gebied.

TVT-O operatie
Het kan zijn dat een operatieve ingreep uw klachten wegneemt. Bij stressincontinentie is een kleine operatie, of TVT-O operatie, vaak de beste oplossing. Hierbij wordt een steunbandje spanningsvrij via de schede onder de plasbuis gelegd en komt uit door twee sneetjes in de liezen. Bij 80-90% van de patiënten die een TVT-O bandje krijgen, zijn de klachten van stressincontinentie verminderd of weg.
Lees meer op NVOG.nl

Medicatie

Bij mensen met incontinentie door een onrustige blaasspier is het zinvol om medicatie voor te schrijven. Er zijn verschillende medicijnen die frequente aandrang en urineverlies kunnen verminderen. Deze medicijnen zorgen ervoor dat u minder vaak hoeft te plassen, dat het volume dat u per keer plast groter wordt en dat het aantal momenten van ongewenste urineverlies afneemt.

Botox
Door botox in de blaasspier in te spuiten, wordt deze rustiger en neemt het gevoel van drang en urineverlies af. De resultaten zijn zeer bemoedigend (tot 80% genezing). Botox werkt zes tot negen maanden. De botoxinjecties kunnen worden herhaald zonder schade aan de blaas. U bepaalt zelf, aan de hand van uw klachten, wanneer u de behandeling wilt herhalen. Langetermijnresultaten van deze behandeling zijn nog niet bekend.

Folders

Blaastraining
Flowmetrie
TVT bij stressincontinentie
Behandeling van overactieve blaas met botox
Cystocopie
Uro-dynamisch onderzoek
Bekkenfysiotherapeuten