ALS
ALS (Amyotrofische Laterale Sclerose) is een zeldzame spier- en zenuwaandoening. Bij ALS sterven de motorische zenuwcellen in het ruggenmerg, de hersenstam en de hersenen langzaam af. Deze zenuwcellen sturen de willekeurige spieren in het hele lichaam aan. Het hele spierstelsel wordt aangetast, met uitzondering van de hartspier.
ALS is een progressieve aandoening: iemand gaat steeds verder achteruit. Uiteindelijk overlijdt de patiënt door verlamming van de ademhalingsspieren. De levensverwachting is 3 tot 5 jaar na het optreden van de eerste klachten.
Patiëntenfolders
Meer weten over ALS
In het begin heeft de patiënt vage klachten van spierkrampen en kleine onwillekeurige spierbewegingen. Deze bewegingen veroorzaken een soort golfvormige bewegingen op de huid. Dit wordt fasciculaties genoemd.
Daarna ontstaat spierzwakte in de ledematen en verschrompelen de spieren (atrofie). Ook kunnen de tong of keel worden aangedaan. Dit geeft spraak- en slikproblemen. De volgorde waarin de spieren worden aangetast verschilt per persoon. Het kan beginnen in de handen en armen, maar ook met spraak- en slikproblemen.
Later in de ziekte kan dwanghuilen of dwanglachen optreden: bij de geringste emotie uitbarsten in huilen of lachen. Uiteindelijk overlijden patiënten doordat ook de ademhalingsspieren verzwakken.
De oorzaak van ALS is onbekend. Er wordt gedacht dat meerdere factoren een rol spelen. Erfelijke vormen van de ziekte komen voor, maar zijn heel erg zeldzaam. Er kan een persoonlijke gevoeligheid zijn, die samen met omgevingsfactoren de oorzaak van de aandoening is. Misschien door verstoring van de celstofwisseling. De precieze oorzaak is nog onbekend. Er is nog wetenschappelijk onderzoek voor nodig.
Een spier-zenuwonderzoek (EMG) kan de diagnose ondersteunen. Bij een EMG wordt de elektrische activiteit van de spieren gemeten. Er wordt gezocht naar zenuwbeschadigingen in 3 of meer spiergebieden. Soms is aanvullend onderzoek nodig, zoals een MRI-scan van de nek, om andere ziekten uit te sluiten.
Er is geen behandeling mogelijk die ALS geneest. Soms wordt Riluzole (merknaam Rilutek) gegeven. Dit medicijn kan het ziekteproces hooguit iets afremmen, maar niet genezen.
De begeleiding bestaat uit zorg door een ALS-team van een revalidatiecentrum of de revalidatieafdeling van een ziekenhuis. In een ALS-team werken verschillende hulpverleners nauw samen: een fysiotherapeut, ergotherapeut, diëtist, psycholoog en logopedist. De revalidatiearts heeft een sturende rol.