Mobiliteitsproblemen

Bij ouderen kunnen mobiliteitsproblemen voorkomen, zoals veelvuldig of zonder duidelijke oorzaak vallen of slechter lopen en bewegen.

Oorzaak

De meeste mobiliteitsproblemen bij ouderen worden veroorzaakt door aandoeningen aan het bewegingsapparaat, ofwel de botten, spieren en pezen die ervoor zorgen dat iemand kan bewegen. Voorbeelden daarvan zijn reuma, artrose en rugklachten. Maar ook een verminderd uithoudingsvermogen, verslechterde motoriek, afgenomen spierkracht en een (eerder) valongeluk kunnen de oorzaak zijn van mobiliteitsproblemen.

Onderzoek

Door middel van onderzoeken probeert de arts de oorzaak van de klachten te achterhalen. Dit kan onder andere bestaan uit lichamelijk onderzoek, een bloeddrukmeting en bloedonderzoek.

Behandeling

Afhankelijk van de uitslag van het onderzoek stelt de behandelend specialist een behandelplan op of voorziet hij u van zorgadvies.

Draaiduizeligheid

Benigne betekent ‘goedaardig’ en paroxysmaal staat voor ‘in aanvallen optredend’. Patiënten met BPPD hebben klachten van in aanvallen optredende, houdingsafhankelijke, goedaardige duizeligheid. Het komt vooral voor bij mensen ouder dan vijftig jaar.

Klachten
Bij BPPD heeft u last van draaiduizeligheid of ervaart u een draaisensatie, die ontstaat na het maken van een specifieke beweging van het hoofd; bijvoorbeeld bij omdraaien in bed of omhoog kijken. Hoe sneller het hoofd wordt bewogen, hoe heviger de klachten. De klachten houden gewoonlijk niet langer dan één minuut aan. Tijdens de duizeligheid kan er ook misselijkheid of braken optreden.

Oorzaak
BPPD wordt veroorzaakt door een stoornis van het evenwichtsorgaan in het binnenoor. In het evenwichtsorgaan bevinden zich kristallen. Bij BPPD zijn deze kristallen losgeraakt en zitten op een andere plek in de halfcirkelvormige kanalen in het evenwichtsorgaan. Bij bewegen van het hoofd bewegen de kristallen mee met de vloeistofstroom in de halfcirkelvormige kanalen. Dit leidt tot prikkeling van het evenwichtsorgaan dat weer duizeligheid veroorzaakt. Het loslaten van de kristallen treedt vaak spontaan op, zonder aanwijsbare oorzaak. Soms is er sprake van een voorafgaand hoofdtrauma, een (chronische) oorontsteking of een periode van bedlegerigheid.

Diagnose
De diagnose wordt gesteld aan de hand van uw klachten en lichamelijk onderzoek. Waarschijnlijk probeert uw neuroloog de duizeligheid proberen op te wekken (provocatietest). Meestal is de diagnose snel duidelijk en aanvullend onderzoek niet nodig.

Behandeling
BPPD is over het algemeen goed te behandelen. Uw neuroloog kan een zogenaamde kiep-oefening (Epley-manoeuvre) uitvoeren. De duizeligheid vermindert of verdwijnt ook door de hoofdbewegingen die de klachten oproepen, een aantal malen te herhalen. Daarom krijgt u oefeningen volgens Brandt-Daroff mee voor thuis. Met deze oefeningen verdwijnen de klachten vaak in ongeveer tien dagen. Bij een deel van de patiënten komen de klachten later weer terug. Soms wordt een fysiotherapeut ingeschakeld bij de behandeling.

Folder
Draaiduizeligheid